In Spanje en de Verenigde Staten varieert de geschatte 12-maandsprevalentie van paniekaanvallen onder de volwassen bevolking als geheel tussen 9,5 en 11,2%. Er lijken geen significante verschillen te bestaan tussen de geschatte 12-maandsprevalenties van Amerikanen met een Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse afkomst. Ongeveer 8,5% van de inheemse (indiaanse) Amerikaanse bevolking rapporteert paniekaanvallen in de voorgeschiedenis. Internationaal is de levenslange prevalentie van paniekaanvallen 13,2%. In Europese landen lijken de schattingen over de 12-maandsprevalentie lager te liggen; hier variëren ze van 2,7 tot 3,3%. Vrouwen hebben vaker paniekaanvallen dan mannen, hoewel dit genderverschil meer uitgesproken is voor de paniekstoornis. Paniekaanvallen kunnen optreden bij kinderen, maar zijn tot de puberteit, de leeftijd vanaf wanneer de prevalentie stijgt, relatief zeldzaam. Bij ouderen neemt de prevalentie af, wat mogelijk weerspiegelt dat de ernst afneemt tot een subklinisch niveau.