Paniekaanval als specificatie

NB De symptomen worden hier beschreven met het doel een paniekaanval te kunnen herkennen; een paniekaanval is echter geen op­zich­zelf­staan­de psychische stoornis en kan niet worden gecodeerd. Paniekaanvallen kunnen optreden binnen de context van alle angst­stoor­nis­sen en ook andere psychische stoornissen (zoals depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen, de post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis, stoornissen in het gebruik van een middel) en sommige somatische aandoeningen (zoals hart-, ademhalings-, vestibulaire en maag-dar­maan­doe­nin­gen). Als de aanwezigheid van een paniekaanval wordt herkend, dient deze te worden genoteerd als een specificatie (bijvoorbeeld ‘post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis met paniekaanvallen’). Voor de paniekstoornis geldt natuurlijk dat de paniekaanvallen tot de criteria voor de stoornis behoren, en dat paniekaanval niet als een specificatie wordt gebruikt.

Een plotselinge golf van intense angst of intens onbehagen die binnen enkele minuten een piek bereikt, en die gepaard gaat met vier (of meer) van de volgende symptomen:

NB De plotselinge golf kan ontstaan vanuit een toestand van kalmte, of vanuit een al bestaande toestand van angst.

1Hartkloppingen, bonzend hart of een versnelde hartslag.

2Transpireren.

3Trillen of beven.

4Gevoelens van ademnood of verstikking.

5Het gevoel naar adem te snakken.

6Pijn of een onaangenaam gevoel op de borst.

7Misselijkheid of maag-/buikklachten.

8Een gevoel van duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd zijn of flauwvallen.

9Koude rillingen of opvliegers.

10Paresthesieën (verdoofd of tintelend gevoel).

11Derealisatie (gevoelens van onwerkelijkheid) of de­per­so­na­li­sa­tie (het gevoel vervreemd van zichzelf te zijn).

12Vrees om de zelfbeheersing te verliezen of ‘gek te worden’.

13Vrees om dood te gaan.

Op zichzelf is een paniekaanval geen codeerbare stoornis. Episoden van plotselinge angst treden in veel situaties op. Een gezond persoon kan een paniekaanval ervaren wanneer hij of zij wordt geconfronteerd met een plotseling, extreem gevaar, en iemand met hoogtevrees kan een paniekaanval krijgen wanneer hij of zij in de gevreesde situatie terechtkomt. De DSM-5 vereist dat paniekaanvallen als specificatie worden vermeld bij de specifieke stoornis waarbij ze optreden. Deze specificatie is belangrijk, omdat deze gebaseerd is op aanwijzingen dat paniekaanvallen de ernst van andere vormen van psy­cho­pa­tho­lo­gie voorspellen. Als iemand minstens vier van de genoemde symptomen heeft, geldt dit als een paniekaanval. Aanwijzingen uit een DSM-IV-field trial bevestigen dat de drempel van vier symptomen optimaal is.

De symptomen in de DSM-5 zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van de DSM-IV, maar zijn nu gerangschikt van meest naar minst voorkomend. Een afsluitende noot is opgenomen om de clinicus ervan bewust te maken dat er sprake kan zijn van cul­tuur­spe­ci­fie­ke symptomen.

NB Cul­tuur­spe­ci­fie­ke symptomen zijn ook mogelijk (bijvoorbeeld tinnitus, pijn in de nek, hoofdpijn, onbeheersbaar schreeuwen of huilen). Deze symptomen tellen niet mee als een van de vier verplichte symptomen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.