De mediane beginleeftijd van paniekaanvallen in de Verenigde Staten is bij volwassenen ongeveer 22–23 jaar. Het beloop van de paniekaanvallen wordt echter waarschijnlijk beïnvloed door het beloop van eventuele gelijktijdig aanwezige psychische stoornissen en ingrijpende levensgebeurtenissen. Onder kinderen zijn paniekaanvallen ongebruikelijk en zijn onverwachte paniekaanvallen zeldzaam. Bij adolescenten bestaat de kans dat zij minder bereid zijn dan volwassenen om openlijk te spreken over paniekaanvallen, ook al vertonen ze wel een beeld van episoden met intense angst of intens onbehagen. De lagere prevalentie van paniekaanvallen bij ouderen hangt mogelijk samen met een zwakkere autonome respons op emotionele toestanden vergeleken met jongere personen. Ouderen gebruiken misschien minder snel het woord ‘angst’ en zijn mogelijk meer geneigd om de term ‘vervelend gevoel’ te gebruiken om paniekaanvallen te beschrijven. Bij ouderen met ‘paniekerige gevoelens’ kan sprake zijn van een mengvorm van paniekaanvallen met een beperkt aantal symptomen en gegeneraliseerde angst. Verder neigen ouderen ertoe hun paniekaanvallen toe te schrijven aan bepaalde stressvolle situaties (zoals medische procedures of sociale settings) en komen zij misschien vaker achteraf met verklaringen voor de paniekaanval, ook al was deze op het moment zelf onverwacht. Dit kan leiden tot een te geringe herkenning van onverwachte paniekaanvallen bij ouderen.