Het hoofdkenmerk van een paniekaanval is een plotselinge golf van intense angst of intens onbehagen die binnen enkele minuten een piek bereikt, met vier of meer symptomen uit een uit dertien lichamelijke en cognitieve symptomen bestaande lijst. Elf van deze dertien symptomen zijn lichamelijk (zoals hartkloppingen en zweten), twee symptomen zijn cognitief (de angst voor verlies van de zelfbeheersing, de angst om dood te gaan). De ‘angst om gek te worden’ is spreektaal die vaak wordt gebezigd door mensen met paniekaanvallen, en is niet bedoeld als een pejoratieve of diagnostische term. Met de uitdrukking ‘binnen enkele minuten’ wordt bedoeld dat de tijd waarbinnen de piek wordt bereikt, letterlijk slechts enkele minuten bedraagt. Een paniekaanval kan opkomen vanuit een toestand van kalmte of vanuit een angstige toestand, en de tijd tot de piekintensiteit moet onafhankelijk van de eventuele reeds bestaande angst worden gemeten. Dat wil zeggen: het begin van de paniekaanval is het moment waarop een plotselinge verergering van het onbehagen optreedt, en niet het moment waarop de angst voor het eerst is ontstaan. Vergelijkbaar kan een paniekaanval overgaan in een angstige of een kalme toestand, met daarna mogelijk opnieuw een piek. Een paniekaanval wordt onderscheiden van doorlopend aanwezige angst door de korte tijd waarbinnen de piekintensiteit wordt bereikt, namelijk binnen enkele minuten; de duidelijke herkenbaarheid ervan door het verschil met andere toestanden; en de kenmerkende grotere ernst. Aanvallen die aan alle criteria voldoen maar waarbij er minder dan vier lichamelijke en/of cognitieve symptomen aanwezig zijn, worden ‘paniekaanvallen met een beperkt aantal symptomen’ genoemd.

Er bestaan twee karakteristieke typen paniekaanvallen: verwachte en onverwachte. Verwachte paniekaanvallen zijn aanvallen waarvoor een duidelijke stimulus of trigger bestaat, bijvoorbeeld situaties waarin al eerder paniekaanvallen zijn opgetreden. Onverwachte paniekaanvallen zijn paniekaanvallen waarvoor op het moment dat ze optreden geen duidelijke stimulus of trigger kan worden aangewezen (bijvoorbeeld terwijl iemand zich ontspant, of opkomend vanuit de slaap (nachtelijke paniekaanval)). Het is aan de clinicus om te beoordelen of een paniekaanval verwacht of onverwacht is, en hij of zij baseert dit oordeel op een afgewogen combinatie van een zorgvuldige anamnese van de opeenvolging van gebeurtenissen die voorafgingen aan of leidden tot de aanval, en het oordeel van de betrokkene zelf over de vraag of de paniekaanval zonder duidelijke aanleiding leek op te treden. Paniekaanvallen kunnen optreden binnen de context van elke psychische stoornis (bijvoorbeeld angst­stoor­nis­sen, depressieve- en bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen, eetstoornissen, obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen, per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen, psychotische stoornissen, stoornissen in het gebruik van een middel) en sommige somatische aandoeningen (zoals hart-, ademhalings-, vestibulaire en maag-dar­maan­doe­nin­gen), en voldoen in de meerderheid van de gevallen dan niet aan de criteria voor de paniekstoornis. Voor een classificatie paniekstoornis is de aanwezigheid van recidiverende onverwachte paniekaanvallen vereist.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.