Het haar uittrekken kan soms ook bij zuigelingen voorkomen, en dit gedrag verdwijnt dan doorgaans weer tijdens de vroege ontwikkeling. Het haar uittrekken bij trichotillomanie begint vaak gelijktijdig met de puberteit of kort daarna. De plaats van het haar uittrekken kan in de loop van de tijd variëren. Het gewoonlijke beloop van trichotillomanie is chronisch of kan enigszins wisselend zijn als de stoornis onbehandeld blijft. De symptomen kunnen zich bij vrouwen verergeren in de premenstruele periode, maar tijdens de zwangerschap gebeurt dit niet consistent. Bij sommigen kan de stoornis weken-, maanden- of zelfs jarenlang afwisselend aanwezig zijn en weer verdwijnen. Bij een minderheid van de betrokkenen stopt de aandoening binnen een paar jaar nadat ze is begonnen.