Het voornaamste kenmerk van tri­cho­til­lo­ma­nie is het herhaald uittrekken van de eigen haren (criterium A). Het haar van alle li­chaams­ge­bie­den waar haargroei te vinden is kan worden uitgetrokken; meestal gebeurt dit op plaatsen als de hoofdhuid, de wenkbrauwen en de oogleden, het minst vaak betreft dit okselhaar en haren van het genitale en perianale gebied. Soms variëren de plaatsen waar haar wordt uitgetrokken na verloop van tijd. Het haar uittrekken kan in korte episoden op verschillende momenten tijdens de dag plaatsvinden, of minder frequent maar dan gedurende langere, soms urenlange perioden; dit kan vaak maanden of jaren zo doorgaan. Volgens criterium A moet het haar uittrekken tot haarverlies leiden, maar sommige betrokkenen trekken haren uit die zich niet zo dicht bij elkaar bevinden (slechts enkele haren van de vele haren op een bepaalde plaats), zodat het haarverlies niet erg opvalt. Zij kunnen ook proberen om het haarverlies te verbergen of te camoufleren (met behulp van make-up, of met een sjaaltje of pruik). Mensen met tri­cho­til­lo­ma­nie hebben meerdere pogingen gedaan om het haar uittrekken te verminderen of ermee te stoppen (criterium B). Volgens criterium C veroorzaakt het haar uittrekken significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of op een ander belangrijk levensgebied. De term ‘lijdensdruk’ duidt ook op de negatieve gevoelens die mensen die haar uittrekken kunnen ervaren, zoals het gevoel de zelfbeheersing kwijt te zijn, verlegenheid of schaamte. De significante beperkingen kunnen zich op verschillende terreinen voordoen (zoals sociaal, op het werk, op school of op de opleiding, of in de vrije tijd), deels doordat betrokkenen werk, school of andere openbare situaties vermijden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.