De prevalentie van het totaal van neurocognitieve stoornissen door de ziekte van Alzheimer neemt sterk toe met het stijgen van de leeftijd. In hoge-inkomenslanden ligt deze tussen 5 en 10% bij mensen in de leeftijd van 60–69 jaar, en tot minstens 25% daarna. Dementie door de ziekte van Alzheimer komt voor bij 11% van de mensen ouder dan 65 jaar, en bij 32% van de mensen ouder dan 85 jaar. Volgens schattingen waarbij de incidentie van dementie door de ziekte van Alzheimer is gekoppeld aan gegevens uit het Amerikaanse be­vol­kings­re­gis­ter, is 81% van de mensen met deze ziekte 75 jaar of ouder. Het percentage gevallen van dementie toe te schrijven aan de ziekte van Alzheimer varieert van 60 tot meer dan 90%, afhankelijk van de setting en de gebruikte criteria. De beperkte NCS door de ziekte van Alzheimer ver­te­gen­woor­digt waarschijnlijk ook een aanzienlijk deel van alle beelden met lichte cognitieve beperkingen.

Uit onderzoek blijkt dat de prevalentie van dementie door de ziekte van Alzheimer per etnische groep verschilt; in de Verenigde Staten varieert de prevalentie bij personen van 65 jaar en ouder bijvoorbeeld van 3,5 tot 14,4%, afhankelijk van de etnische groep, de leeftijd en de be­oor­de­lings­me­tho­de. Na correctie voor geslacht en klinische comorbiditeiten is een hogere prevalentie gevonden bij Afro-Amerikanen en Amerikanen afkomstig uit het Caraïbisch gebied.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.