Andere neurocognitieve stoornissen Neurocognitieve stoornissen door andere neurodegeneratieve processen (zoals lewylichaampjesziekte, frontotemporale degeneratie) hebben het sluipende begin en de geleidelijke achteruitgang met de ziekte van Alzheimer gemeen, maar onderscheiden zich ervan doordat ze andere hoofdkenmerken hebben (die niet altijd aanwezig zijn). NCS met lewylichaampjes wordt bijvoorbeeld bij aanvang van de ziekte meestal gekenmerkt door frequente fluctuaties in het cognitieve functioneren, parkinsonisme, evenwichtsproblemen bij het lopen en visuele hallucinaties. Mensen met frontotemporale NCS kunnen een beeld vertonen met een duidelijk te onderscheiden gedrags- en taalvariant. De gedragsvariant manifesteert zich doorgaans eerst met prominente veranderingen in het sociale gedrag, zoals ongeremdheid, apathie of persevererend gedrag dat niet zelden tot de toekenning van een onafhankelijke psychiatrische classificatie leidt. De taalvariant van frontotemporale NCS manifesteert zich daarentegen met beperkingen in het expressieve taalvermogen of het woordbegrip.
Bij een uitgebreide of beperkte vasculaire NCS is doorgaans sprake van een beroerte in de voorgeschiedenis die temporeel samenhangt met het begin van de cognitieve beperkingen; en van infarcten of afzettingen van hemosiderine bij beeldvormend onderzoek van de hersenen die het klinische beeld voldoende kunnen verklaren. De uitgebreide en de beperkte vasculaire NCS delen echter veel klinische kenmerken met de ziekte van Alzheimer; vaak is alleen sprake van alzheimerpathologie of is er een combinatie van de ziekte van Alzheimer met vasculaire ziekten. Hierbij moet worden opgemerkt dat veranderingen in de witte stof op zichzelf onvoldoende aanwijzingen vormen voor een cerebrovasculaire aandoening om een gemengde oorzaak te overwegen, indien de andere diagnostische overwegingen de classificatie NCS door de ziekte van Alzheimer ondersteunen. De aanwezigheid van subcorticale ischemische veranderingen bij beeldvormend hersenonderzoek dient met zorg te worden geïnterpreteerd, met het oog op de vraag of gelijktijdige alzheimerpathologie aanwezig is.
Andere gelijktijdig optredende progressieve neurologische of systemische ziekten Er moet rekening gehouden worden met andere gelijktijdig optredende progressieve neurologische of systemische ziekten als deze door hun temporele relatie en de mate van ernst het klinische beeld kunnen verklaren. Op het niveau van de beperkte NCS kan het lastig zijn om etiologisch onderscheid te maken tussen de ziekte van Alzheimer en een andere somatische aandoening (bijvoorbeeld schildklierafwijkingen, vitamine B-deficiëntie).
Depressieve stoornis Vooral bij de beperkte NCS bevat de differentiële diagnostiek ook de depressieve stoornis. Een depressieve stoornis kan samengaan met een achteruitgang in het dagelijks functioneren en een verminderde concentratie die op NCS kunnen lijken. Indien verbetering optreedt door behandeling van de depressieve stoornis kan dat het onderscheid vergemakkelijken. Indien de klachten die aan de criteria voor een depressieve episode voldoen naar het oordeel van de clinicus te wijten zijn aan de fysiologische effecten van de ziekte van Alzheimer, dient, in plaats van de classificatie depressieve episode, de classificatie depressieve-stemmingsstoornis door de ziekte van Alzheimer, met depressieve kenmerken te worden toegekend.