Bij mensen met een NCS door de ziekte van Alzheimer zijn er behalve cognitieve deficiënties meer symptomen, bijvoorbeeld neu­ro­psy­chi­a­tri­sche symptomen als agitatie, apathie, depressiviteit, wanen en slaap­stoor­nis­sen. Neu­ro­psy­chi­a­tri­sche symptomen worden ook als psychische en ge­drags­symp­to­men bij dementie beschreven, en worden bij neurocognitieve stoornissen met alle oorzaken waargenomen. Deze symptomen zijn bij de ziekte van Alzheimer vrijwel universeel aanwezig, zoals is vastgesteld in twee steekproeven uit de Amerikaanse algemene bevolking met een ver­volg­on­der­zoek na vijf jaar, waarin 98% van de mensen met een NCS door de ziekte van Alzheimer neu­ro­psy­chi­a­tri­sche symptomen ontwikkelde. Neu­ro­psy­chi­a­tri­sche symptomen leiden tot invaliditeit, een verminderde kwaliteit van leven, meer beperkingen in de algemene dagelijkse le­vens­ver­rich­tin­gen, een snellere cognitieve en functionele achteruitgang, een zwaardere belasting van de mantelzorgers, eerdere opname in een zorginstelling, en eerder overlijden. Vaak vergroten neu­ro­psy­chi­a­tri­sche symptomen de lijdensdruk meer dan de cognitieve symptomen en vormen ze de aanleiding om hulp te zoeken. Deze symptomen zijn eveneens vaak aanwezig in de fase van een beperkte NCS, en er zijn aanwijzingen dat meer dan de helft van de mensen die dementie ontwikkelen, aanvankelijk neu­ro­psy­chi­a­tri­sche symptomen vertoont. In het beperkte stadium van NCS of op het lichtste niveau van de uitgebreide NCS wordt het vaakst prikkelbaarheid, depressiviteit en/of apathie gezien. Bij de matig-ernstige uitgebreide NCS komen wanen, agitatie, agressie en zwerfgedrag veel voor. Verderop in het beloop worden loopstoornissen, dysfagie, incontinentie, myoclonus en beroertes gezien.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.