De symptomen van de persisterende-rouwstoornis worden in alle culturele settings gezien, maar de uitingen van rouw kunnen zich op cultuurspecifieke manieren manifesteren (ook wat betreft de verwachte duur) en vertonen een historische variatie. In verschillende culturen kunnen bijvoorbeeld nachtmerries over de overledene bijzonder verontrustend zijn vanwege de betekenis die eraan wordt toegekend. Ook kan de prevalentie van hallucinaties over de overledene of van rouwgerelateerde somatische klachten verschillen, en kunnen indirecte uitingen van functionele beperkingen in relatie tot de persisterende-rouwstoornis (bijvoorbeeld ongezond gedrag zoals drinken of slechte zelfzorg) meer prevalent zijn dan directe uitingen van rouw. Wanneer geen begrafenisrituelen kunnen worden uitgevoerd, kan dat in sommige culturen de symptomen van een persisterende-rouwstoornis verergeren, mogelijk door de interpretatie van de invloed van deze rituelen op de spirituele status van de overledene. Uit sommige onderzoeken blijkt dat de prevalentie van symptomen van de persisterende-rouwstoornis onder Afro-Amerikanen hoger is dan onder de witte Amerikanen; de reden van deze verhoogde cijfers moet verder worden onderzocht op onderwerpen als differentiële blootstelling aan een plotselinge of gewelddadige dood. Verschillen in rouwgebruiken kunnen ertoe leiden dat specifieke uitingen van rouw cultureel worden voorgeschreven of verboden. Ook kunnen culturele normen over de sociale status van de nabestaanden invloed hebben op de intensiteit en de duur van de rouw, zoals een verschil in ondersteuning, of het maatschappelijk sanctioneren van hertrouwen naargelang het geslacht van de nabestaande. Het toekennen van de classificatie vereist dat de aanhoudende en ernstige reacties verder gaan dan de culturele normen voor rouwreacties en niet beter verklaard kunnen worden door cultureel specifieke rouwrituelen.