Mensen met symptomen van de persisterende-rouwstoornis ervaren vaak maladaptieve cognities over zichzelf, ervaren schuldgevoelens over de dood, verwachten minder lang te leven en hebben minder levensdoelen. De aandoening gaat dikwijls gepaard met somatische klachten, en deze houden vaak verband met comorbide depressiviteit en angst, verwarring over de sociale identiteit en een toename van het zorggebruik; de somatische klachten kunnen iets te maken hebben met klachten die de overledene ook ervoer (bijvoorbeeld eetlustveranderingen). Mensen met symptomen van de persisterende-rouwstoornis vertonen bovendien vaak schadelijk gezondheidsgedrag in de vorm van verminderde zelfzorg en minder belangstelling voor de gezondheid. Bij normale rouw kunnen hallucinaties over de overledene optreden (zoals de stem van de overledene horen), maar mogelijk treden deze bij mensen met symptomen van de persisterende-rouwstoornis vaker op. Hallucinaties die mensen met een persisterende-rouwstoornis ervaren, kunnen samengaan met verwarring over de sociale identiteit en de levensdoelen door het overlijden (bijvoorbeeld verwarring over de eigen rol in het leven, een gevoel van zinloosheid). Andere kenmerken die met de persisterende-rouwstoornis samenhangen zijn: verbittering, boosheid of rusteloosheid; anderen de schuld geven van het overlijden; en een afname van de slaapkwaliteit en -kwantiteit.