Boulimia nervosa begint doorgaans in de adolescentie of in de vroege volwassenheid. Een ziektebegin voor de puberteit of na de leeftijd van 40 jaar is ongewoon. De eetbuien beginnen meestal tijdens of na een episode waarin iemand een afslankdieet volgt. Het doormaken van meerdere ingrijpende levensgebeurtenissen kan eveneens een luxerende factor zijn voor het begin van boulimia nervosa.
Bij een groot deel van de behandelde patiënten is er minstens enige jaren sprake van een aanhoudend verstoord eetgedrag. Het beloop kan chronisch of periodiek zijn, met perioden van remissie afgewisseld met recidiverende eetbuien. Gedurende een langere follow-upperiode blijken de symptomen van veel mensen echter af te nemen, ongeacht of zij wel of geen behandeling hebben ondergaan. Toch heeft een behandeling wel degelijk invloed op het uiteindelijke beloop. Wanneer zich remissieperioden van langer dan een jaar voordoen, hangt dit doorgaans samen met een gunstiger behandelresultaat op de lange termijn.
Mensen met boulimia nervosa hebben een significant verhoogd risico op sterfte (alle oorzaken en suïcide). Het sterftecijfer (crude mortality rate, de verhouding tussen het aantal doden in een jaar en de gemiddelde populatie in dat jaar) van boulimia nervosa is ongeveer 2% per decade.
Bij een minderheid (10–15%) vindt na een aanvankelijke boulimia nervosa een overgang plaats naar anorexia nervosa. Mensen die een overgang naar anorexia nervosa doormaken, vallen uiteindelijk weer terug naar boulimia nervosa of maken meerdere wisselingen mee tussen beide stoornissen. Een deel van de mensen met boulimia nervosa blijft eetbuien meemaken, maar vertoont daarbij niet langer inadequaat compensatoir gedrag, waardoor hun symptomen aan de criteria voldoen van de eetbuistoornis of een andere gespecificeerde eetstoornis. De classificatie dient op het huidige klinische beeld (dat van de afgelopen drie maanden) te zijn gebaseerd.