Volgens twee Amerikaanse epi­de­mi­o­lo­gi­sche onderzoeken met steekproeven uit de algemene bevolking, varieert de 12-maand­spre­va­len­tie van boulimia nervosa tussen 0,0 en 0,3%, met hogere percentages bij vrouwen dan bij mannen (0–0,5% bij vrouwen en 0–0,1% bij mannen), en varieert de levenslange prevalentie tussen 0,60 en 1,0% (0,46–1,5% bij vrouwen en 0,05–0,08% bij mannen). In één onderzoek onder adolescenten van 13–18 jaar was de levenslange prevalentie bij meisjes en jongens respectievelijk 1,3 en 0,5%.

In de Verenigde Staten is de prevalentie van boulimia nervosa bij alle etnische groepen vergelijkbaar. De gerapporteerde prevalentie is het hoogst in populaties van de ge­ïn­du­stri­a­li­seer­de hoge-inkomenslanden, zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en veel Europese landen; in de meeste van deze landen is de prevalentie min of meer vergelijkbaar.

De prevalentie van boulimia nervosa is in sommige regio’s in Latijns-Amerika en het Midden-Oosten vergelijkbaar met de prevalentie in de meeste hoge-inkomenslanden. De prevalentie lijkt in veel lage- en mid­den­in­ko­mens­lan­den geleidelijk toe te nemen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.