Er bestaan momenteel geen speciale diagnostische tests voor boulimia nervosa. Er kunnen zich echter wel diverse afwijkingen in het laboratoriumonderzoek voordoen als gevolg van het purgeren, en deze kunnen de diagnostische zekerheid vergroten. Dit zijn onder andere verstoringen in de wateren elektrolytenhuishouding, zoals hypokaliëmie (waardoor hartritmestoornissen kunnen ontstaan), hypochloremie en hyponatriëmie. Door het verlies van maagzuur bij het braken kan metabole alkalose ontstaan (een toegenomen plasmabicarbonaatgehalte). Het frequent opwekken van diarree of uitdroging door het misbruik van laxantia en diuretica kan metabole acidose veroorzaken. Sommige mensen met boulimia nervosa hebben iets verhoogde serumamylasespiegels, wat waarschijnlijk duidt op een verhoogde hoeveelheid iso-enzymen in het speeksel.
Lichamelijk onderzoek levert doorgaans geen bijzonderheden op. Een inspectie van de mond kan echter een duidelijk en blijvend verlies van tandglazuur laten zien, vooral aan de tongzijde van de voortanden, als gevolg van het herhaaldelijke braken. Deze tanden kunnen gaan brokkelen en zien er onregelmatig en ‘aangevreten’ uit. Mogelijk is er ook meer cariës te zien. Bij sommige mensen zijn de speekselklieren, en dan vooral de parotisklier, opvallend vergroot. Mensen die het braken zelf opwekken door met hun hand de braakreflex te prikkelen, krijgen soms, door het veelvuldige contact met de tanden, eeltplekken of schrammen op de rug van hun hand. Er zijn gevallen van ernstige myopathie van de hart- of skeletspieren gerapporteerd bij mensen die veelvuldig ipecacsiroop (braakwortelsiroop) hebben gebruikt om het braken op te wekken.