Het beloop van het herstel van THL varieert en is niet alleen afhankelijk van de bijzonderheden van het letsel, maar ook van factoren vóór en na het letsel. Deze factoren kunnen het herstel bevorderen of belemmeren en bestaan onder andere uit: leeftijd; een voorgeschiedenis van eerder hersenletsel, comorbiditeiten of complicaties op neurologisch of psychiatrisch gebied of het gebruik van middelen; erfelijke factoren; de tijdigheid en effectiviteit van de somatische en revalidatie-interventies; en de psychosociale ondersteuning.
In de acute periode na een THL zijn de neurocognitieve beperkingen het ernstigst en kunnen deze gepaard gaan met stoornissen van de emoties en het gedrag. Ongeacht de ernst van een THL zijn aanzienlijke verbeteringen in de neurocognitieve en bijkomende psychiatrische en neurologische klachten en verschijnselen te verwachten. De mate van herstel en de variabiliteit van de neurocognitieve uitkomsten lijken overeen te komen met de ernst van het betreffende THL; volledig herstel is meer kenmerkend voor licht THL, terwijl een meer variabel en vaak onvolledig herstel volgt na een meer ernstig THL.
Neurocognitieve beperkingen die met licht THL samenhangen, verdwijnen meestal binnen een aantal dagen tot weken nadat het letsel is ontstaan, met na ongeveer drie tot twaalf maanden meestal een volledig herstel. Andere klachten die in potentie samen met de neurologische symptomen kunnen voorkomen (zoals depressiviteit, prikkelbaarheid, vermoeidheid, hoofdpijn, gevoeligheid voor licht, slaapstoornissen) verdwijnen meestal ook in de weken na het lichte THL. Wanneer de klachten na een licht THL persisteren of er een neurocognitieve verslechtering optreedt, moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van andere potentiële oorzaken van de neurocognitieve klachten en functionele beperkingen, waaronder een depressieve stoornis, een posttraumatische-stressstoornis (PTSS), angststoornissen, stoornissen in het gebruik van een middel, slaapstoornissen, negatieve ideeën over het letsel en lage verwachtingen over het herstel. Wanneer de neurocognitieve symptomen en functionele beperkingen na een licht THL (inclusief herhaaldelijk licht THL) aanhouden, ondanks behandeling van de andere potentiële oorzaken, is een classificatie NCS door traumatisch hersenletsel mogelijk op zijn plaats.
De neurocognitieve en samengaande functionele beperkingen die door een matig en ernstig THL ontstaan, verbeteren doorgaans binnen weken of maanden nadat het letsel is ontstaan, hoewel het neurocognitieve herstel bij mensen met meer ernstig letsel op de lange termijn vaak niet volledig is. Desondanks kunnen de neurocognitieve en functionele verbeteringen nog jaren na een matig of ernstig THL doorgaan, waarbij in de eerste vijf jaar na het letsel meer mensen cognitieve verbeteringen doormaken dan er mensen achteruitgaan.
TABEL 2
Bepaling van de ernst van traumatisch hersenletsel (THL)

Naast blijvende neurocognitieve deficiënties kunnen er bij matig en ernstig THL neurologische, andere somatische, emotionele en gedragsmatige complicaties optreden. Daarbij gaat het onder andere om convulsies (vooral in het eerste jaar), fotosensibiliteit, hyperacusis, prikkelbaarheid, agressie, depressiviteit, slaapstoornissen, vermoeidheid, apathie, een onvermogen om het beroepsmatige en sociale functioneren te hervatten op het niveau van voor het letsel, en verslechtering van interpersoonlijke relaties. Matig en ernstig THL zijn in verband gebracht met een toegenomen risico op depressiviteit, agressief gedrag, en mogelijk ook neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer, lewylichaampjesziekte en frontotemporale degeneratie.
De kenmerken van een aanhoudende NCS door THL kunnen variëren met de leeftijd, de bijzonderheden van het letsel en cofactoren. Aanhoudende met THL samenhangende beperkingen bij een peuter of een kind kunnen blijken uit het vertraagd bereiken van mijlpalen in de ontwikkeling (zoals taalverwerving), slechtere schoolprestaties en mogelijk een verstoorde sociale ontwikkeling. Bij oudere tieners en volwassenen kunnen de aanhoudende symptomen bestaan uit verschillende neurocognitieve deficiënties, prikkelbaarheid, hypersensitiviteit voor licht en geluid, snel vermoeid zijn, en stemmingsveranderingen, waaronder depressiviteit, angst, vijandigheid of apathie.
Bij oudere mensen kunnen de neurocognitieve uitkomsten na een licht THL overeenkomen met wat bij jongere volwassenen wordt gezien na een matig tot ernstig THL.