Cognitieve en perceptuele vertekeningen moeten worden bekeken tegen de achtergrond van het culturele milieu van de betrokkene. Breed aanwezige maar cultureel bepaalde kenmerken, vooral kenmerken die betrekking hebben op bovennatuurlijke en religieuze overtuigingen en gebruiken (leven na de dood, in tongen spreken, voodoo, sjamanisme, gedachtelezen, zesde zintuig, het boze oog, magisch denken over gezondheid en ziekte) kunnen schizotypisch overkomen op clinici die daarvan niet op de hoogte zijn. De variaties tussen landen en etnische groepen in de prevalentie en expressie van schizotypische kenmerken kunnen dus een echte epidemiologische bevinding zijn of het gevolg zijn van verschillen in de culturele acceptatie van deze ervaringen.