De schizotypische-persoonlijkheidsstoornis heeft een relatief stabiel beloop, en slechts een klein percentage van de mensen met de stoornis ontwikkelt in een later stadium schizofrenie of een andere psychotische stoornis. De eerste signalen voor de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis kunnen al tijdens de kinderjaren en de adolescentie zichtbaar worden en tot uiting komen in eenzelvigheid, slechte relaties met leeftijdgenoten, sociale angst, onderpresteren op school, hypersensitiviteit, eigenaardige gedachten en taalgebruik, en bizarre fantasieën. Deze kinderen kunnen ‘raar’ of ‘excentriek’ overkomen en dan het slachtoffer worden van pesten.