Onderscheid met de schizotypische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis
Hebben als kenmerk een periode met persisterende psy­cho­se­symp­to­men. Voor een extra classificatie schizotypische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet de per­soon­lijk­heids­stoor­nis al aanwezig zijn geweest voordat de psy­cho­se­symp­to­men begonnen, en voortduren als deze symptomen in remissie zijn.
Heeft als kenmerk ernstiger beperkingen op het gebied van sociale interactie en stereotiepe gedragingen en interesses.
Hebben als kenmerk ernstiger taalproblemen die vergezeld gaan van pogingen om op een andere manier te communiceren (bijvoorbeeld met gebaren).
Heeft als kenmerk een verandering van de persoonlijkheid die verband houdt met de directe effecten van een somatische aandoening.
Heeft als kenmerk het ontbreken van cognitieve of perceptuele vertekeningen en geen duidelijke excentriciteit of eigenaardigheid.
Heeft als kenmerk een actief verlangen om relaties met anderen aan te gaan die wordt afgeremd door de angst in verlegenheid te worden gebracht of te worden afgewezen.
Heeft te maken met de vrees dat imperfecties aan het licht zullen komen.
Heeft als kenmerk impulsief en manipulatief gedrag.
Is een uiting van voorbijgaande emotionele verwarring in plaats van van een blijvende per­soon­lijk­heids­stoor­nis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.