In de prodromale fase van de ziekte en als de ziekte vroeg wordt vastgesteld, komen problemen op het werk het meest voor. De meeste mensen rapporteren dan dat ze moeite hebben om hun normale werkzaamheden uit te voeren. De emotionele, gedragsmatige en cognitieve aspecten van de ziekte van Huntington, zoals ontremming en per­soon­lijk­heids­ver­an­de­rin­gen, hangen sterk samen met een achteruitgang in het functioneren. Cognitieve deficiënties in de in­for­ma­tie­ver­wer­king, het initiëren van een taak en de aandacht leveren de grootste bijdrage aan de functionele achteruitgang, en niet zozeer ge­heu­gen­be­per­kin­gen. Omdat de ziekte van Huntington in de productieve jaren van het leven optreedt, kan deze een zeer verstorend effect hebben op de werkprestaties, het sociale en gezinsleven en belangrijke aspecten van het dagelijks functioneren, zoals autorijden. Naarmate de ziekte zich verder ontwikkelt nemen de beperkingen sterk toe door onder andere loopproblemen, dysartrie en impulsief of prikkelbaar gedrag. De zorgbehoefte die er al door cognitieve achteruitgang was, wordt daardoor bovendien groter. Ernstige choreatische bewegingen kunnen het verlenen van zorg ernstig belemmeren, bijvoorbeeld bij het wassen en aankleden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.