G25.8
CLASSIFICATIECRITERIA
AEen drang om de benen te bewegen, doorgaans gepaard gaand met, of als een respons op, ongemakkelijke en onaangename sensaties in de benen, gekenmerkt door alle drie de volgende kenmerken:
1De drang om de benen te bewegen begint of verergert tijdens perioden van rust of inactiviteit.
2De drang om de benen te bewegen verdwijnt gedeeltelijk of volledig door te bewegen.
3De drang om de benen te bewegen is ’s avonds of ’s nachts erger dan overdag, of treedt alleen ’s avonds of ’s nachts op.
Criteria A en B komen overeen met de hoofdkenmerken zoals gedefinieerd in de DSM-IV en sluiten aan op de beschrijvingen in de literatuur. Om in aanmerking te komen voor de classificatie moet een betrokkene gedurende een periode van drie maanden minstens drie keer per week drang voelen om de benen te bewegen. Dit zorgt ervoor dat de stoornis niet wordt vastgesteld bij iemand die slechts eenmalig of gedurende een korte periode klachten heeft.
BDe symptomen in criterium A komen minstens drie keer per week voor en persisteren minstens drie maanden.
Criteria A en B komen overeen met de hoofdkenmerken zoals gedefinieerd in de DSM-IV en sluiten aan op de beschrijvingen in de literatuur. Om in aanmerking te komen voor de classificatie moet een betrokkene gedurende een periode van drie maanden minstens drie keer per week drang voelen om de benen te bewegen. Dit zorgt ervoor dat de stoornis niet wordt vastgesteld bij iemand die slechts eenmalig of gedurende een korte periode klachten heeft.
CDe symptomen in criterium A gaan gepaard met klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
De symptomen dienen een significante invloed te hebben op het functioneren of lijdensdruk te veroorzaken. De impact van de lichtere klachten is niet goed wetenschappelijk beschreven, maar mensen kunnen klagen over verstoring van minstens één activiteit van het dagelijks leven, waarbij de helft van de betrokkenen een negatieve invloed op de stemming meldt en bijna de helft een gebrek heeft aan energie. De meest voorkomende gevolgen van het rustelozebenensyndroom zijn slaapstoornissen, waaronder een verminderde slaaptijd en fragmentatie van de slaap.
DDe symptomen in criterium A kunnen niet worden toegeschreven aan een andere psychische stoornis of een somatische aandoening (bijvoorbeeld artritis, oedeem in de benen, perifere ischemie, beenkrampen) en kunnen niet beter worden verklaard door bepaald gedrag (bijvoorbeeld lang in dezelfde positie zitten, liggen of staan, habitueel met de voet tikken).
De symptomen van het rustelozebenensyndroom dienen niet uitsluitend te kunnen worden toegeschreven aan een andere psychische stoornis of somatische aandoening, of worden verklaard door bepaald gedrag of de effecten van medicatie. Het is belangrijk om het rustelozebenensyndroom te differentiëren van andere stoornissen en aandoeningen, aangezien veel mensen zonder de stoornis ook een bepaalde drang of behoefte hebben om hun benen te bewegen terwijl ze in rust zijn. De belangrijkste klachten die lijken op het rustelozebenensyndroom zijn beenkrampen, de gevolgen van het langdurig in dezelfde houding liggen, artralgie of artritis, spierpijn, ischemie door de houding (verdoofd gevoel), oedeem in de benen, perifere neuropathie, radiculopathie, en habitueel met de voet tikken. Een ‘knoop’ in de spier of kramp, het verdwijnen van de klachten door de houding te veranderen, een beperkte bewegingsuitslag in de gewrichten, een pijnlijk gevoel bij aanraking, en andere afwijkingen bij lichamelijk onderzoek zijn niet kenmerkend voor het syndroom. Verergering van de symptomen ’s nachts en periodieke bewegingen van de ledematen komen vaker voor bij het rustelozebenensyndroom dan bij akathisie door medicatie of perifere neuropathie.
EDe symptomen kunnen niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een drug of medicatie (bijvoorbeeld acathisie).
De symptomen van het rustelozebenensyndroom dienen niet uitsluitend te kunnen worden toegeschreven aan een andere psychische stoornis of somatische aandoening, of worden verklaard door bepaald gedrag of de effecten van medicatie. Het is belangrijk om het rustelozebenensyndroom te differentiëren van andere stoornissen en aandoeningen, aangezien veel mensen zonder de stoornis ook een bepaalde drang of behoefte hebben om hun benen te bewegen terwijl ze in rust zijn. De belangrijkste klachten die lijken op het rustelozebenensyndroom zijn beenkrampen, de gevolgen van het langdurig in dezelfde houding liggen, artralgie of artritis, spierpijn, ischemie door de houding (verdoofd gevoel), oedeem in de benen, perifere neuropathie, radiculopathie, en habitueel met de voet tikken. Een ‘knoop’ in de spier of kramp, het verdwijnen van de klachten door de houding te veranderen, een beperkte bewegingsuitslag in de gewrichten, een pijnlijk gevoel bij aanraking, en andere afwijkingen bij lichamelijk onderzoek zijn niet kenmerkend voor het syndroom. Verergering van de symptomen ’s nachts en periodieke bewegingen van de ledematen komen vaker voor bij het rustelozebenensyndroom dan bij akathisie door medicatie of perifere neuropathie.