Stimulantiumgerelateerde stoornissen treden vaak tegelijk op met stoornissen in het gebruik van een ander middel, met name van middelen met sederende eigenschappen. Deze worden dikwijls genomen tegen de insomnia, nervositeit en andere vervelende bijwerkingen van het stimulantiumgebruik. Mensen die in behandeling worden genomen voor cocaïnegebruik, gebruiken vaak ook heroïne, PCP of alcohol, en mensen die in behandeling worden genomen voor een stoornis in het gebruik van een amfetamineachtig middel, gebruiken vaak ook marihuana, heroïne of alcohol. Een stoornis in het gebruik van een stimulantium kan samenhangen met een posttraumatische-stressstoornis, antisociale-persoonlijkheidsstoornis, aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis of gokstoornis. Cardiopulmonale symptomen zijn vaak aanwezig bij mensen die komen voor behandeling van een cocaïnegerelateerde klacht. Daarvan is pijn op de borst de meest voorkomende. Ook kunnen somatische problemen ontstaan als reactie op stoffen die in het middel zijn ‘versneden’. Zo kunnen bij cocaïnegebruikers die cocaïne innemen die versneden is met levamisol, een antiwormenmiddel uit de diergeneeskunde, agranulocytose en febriele neutropenie ontstaan.