Temperament In steekproeven uit psychiatrische patiënten bestaat er bij een comorbide bipolaire-stemmingsstoornis, schizofrenie, een antisociale-persoonlijkheidsstoornis of een stoornis in het gebruik van een ander middel een verhoogd risico op het ontwikkelen van een stoornis in het gebruik van een stimulantium en op terugval naar cocaïnegebruik. Een hogere stressreactiviteit is in verband gebracht met de frequentie van cocaïnegebruik in sommige steekproeven onder Amerikanen in behandeling. Bij een normoverschrijdend-gedragsstoornis in de kindertijd of een antisociale-persoonlijkheidsstoornis ontstaat later vaak een stimulantiumgerelateerde stoornis. In de Verenigde Staten is het risico op cocaïnegebruik groter als men eerder een ander middel heeft gebruikt, man is, een cluster B-persoonlijkheidsstoornis heeft, een familielid met een stoornis in het gebruik van een middel heeft gehad, en gescheiden of weduwnaar is. Mannen die seks hebben met mannen gebruiken ook vaker methamfetamine.
Omgeving Voorspellers van cocaïnegebruik in een cohort van Amerikaanse tieners zijn prenatale blootstelling aan cocaïne, postnataal cocaïnegebruik door de ouders en blootstelling aan geweld in de leefomgeving in de kindertijd. Uit onderzoek in geïndustrialiseerde landen kan worden afgeleid dat blootstelling aan partnergeweld of mishandeling in de kindertijd vaak samengaat met het gebruik van stimulantia, vooral bij vrouwen. In een cohort van Amerikaanse vrouwen die longitudinaal werden gevolgd, had de sociaaleconomische status, met inbegrip van voedselonzekerheid, een dosisafhankelijk effect op het risico van het gebruik van stimulantia. Voor jeugdigen, met name meisjes, geldt een verhoogd risico bij een instabiele thuissituatie, een psychische stoornis, crimineel gedrag en omgang met dealers en gebruikers.