De prevalentie van cocaïnegebruik in de Verenigde Staten is tussen 2001–2002 en 2012–2013 gestegen onder zowel Afro-Amerikanen als witte Amerikanen, maar de prevalentie van de stoornis in het gebruik van cocaïne is alleen gestegen onder witte Amerikanen. Afgezien van kleine variaties doen de criteria voor de stoornissen in het gebruik van cocaïne en andere stimulantia bij de verschillende genders en etnische groepen even goed dienst. Uit de gegevens over mensen die in de publieke verslavingszorg van de Verenigde Staten in behandeling waren, blijkt dat witte Amerikanen vooral methamfetamine en/of amfetamine gebruiken, of cocaïne gebruiken op andere manieren dan roken. Van de mensen in behandeling voor het roken van cocaïne was 51% van Afrikaanse afkomst en 35% van Europese afkomst; van degenen in behandeling voor cocaïnegebruik via andere toedieningsroutes was 47% van Europese afkomst en 31% van Afrikaanse afkomst. De percentages stoornissen in klinische steekproeven moeten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, omdat zij kunnen zijn beïnvloed door verschillen in toegang tot en gebruik van hulp en zorg, criminalisering, stigmatisering en raciale bias bij de diagnostiek en de verwijzing voor behandeling.