Voedselvermijding of een verminderde voedselinname kan met diverse kenmerken gepaard gaan; deze kenmerken kunnen per leeftijdsgroep verschillen. Heel jonge zuigelingen kunnen voeding weigeren, kokhalzen of braken. Zuigelingen en jonge kinderen zoeken soms geen contact met de primaire verzorger tijdens de voeding of geven tijdens andere activiteiten geen honger aan. Bij oudere kinderen en adolescenten kan het vermijden of beperken van voeding te maken hebben met meer algemene emotionele moeilijkheden die niet voldoen aan de criteria voor een angststoornis, een depressieve-stemmingsstoornis of een bipolaire-stemmingsstoornis; soms wordt dit ‘emotionele voedselvermijdingsstoornis’ genoemd.