Onderscheid met de vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis
Bij sommige somatische aandoeningen kan de voedselinname ook beperkt zijn (bijvoorbeeld gastro-intestinale aandoeningen, voed­sel­al­ler­gie­ën en -intolerantie, nog niet ge­di­a­gnos­ti­ceer­de maligniteiten), vooral wanneer deze gepaard gaan met aanhoudende symptomen als braken, gebrek aan eetlust, misselijkheid, buikpijn of diarree. De classificatie vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis kan passend zijn als de innamestoornis ernstiger is dan wat doorgaans bij de somatische aandoening wordt gezien en hiervoor aandacht van een clinicus is gerechtvaardigd, of wanneer deze aanhoudt nadat de somatische aandoening is verholpen.
Hebben vaak te maken met de anatomie en de functie van de mond, keel of slokdarm, en waarbij moeilijkheden met de voeding veel voorkomen. De classificatie vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis kan passend zijn als de stoornis in de voedselinname ernstiger is dan gewoonlijk bij de somatische aandoening het geval is en wanneer hiervoor aandacht van een clinicus is gerechtvaardigd.
Een verstoring van de verzorger-kindrelatie kan van invloed zijn op het voeden en de voedselinname van het kind. De classificatie vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis kan van toepassing zijn als de voe­dings­stoor­nis het primaire aandachtspunt voor de interventie is.
Heeft als mogelijke kenmerken rigide eetgewoonten en een verhoogde sensorische gevoeligheid. Deze kenmerken zorgen echter niet altijd voor een mate van beperking die is vereist voor de classificatie vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis (bijvoorbeeld gewichtsverlies, voe­dings­de­fi­ci­ën­tie). De classificatie vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis mag alleen worden toegekend wanneer een specifieke behandeling nodig is voor de eetstoornis.
Heeft als kenmerk het vermijden van situaties die kunnen leiden tot verslikken of braken en die vermijding van voedsel en ook enige beperking van de voedselinname tot gevolg kunnen hebben. In situaties waarin het eetprobleem de voornaamste reden voor klinische aandacht is geworden, is de classificatie vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis gerechtvaardigd.
Wordt net als de vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis gekenmerkt door het beperken van voedsel en een laag lichaamsgewicht. Mensen met anorexia nervosa hebben echter ook een vrees om dik te worden of vertonen aanhoudend gedrag dat een gewichtstoename tegengaat en zij vertonen een specifieke stoornis in de waarneming en ervaring van hun gewicht en de vorm van hun lichaam.
Heeft als mogelijk kenmerk dat de eetlust zodanig is aangetast dat mensen een significant beperkte voedselinname vertonen en afvallen, welk effect doorgaans weer verdwijnt als de depressiviteit is afgenomen. De classificatie vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis kan van toepassing zijn indien de eetstoornis een specifieke behandeling vergt.
Hebben als mogelijk kenmerk vreemd eetgedrag, vermijding van specifieke voe­dings­mid­de­len vanwege waandenkbeelden, of anderszins een vermijdende of beperkte inname. De classificatie vermijdende/restrictieve voed­sel­in­na­me­stoor­nis kan van toepassing zijn indien de eetstoornis een specifieke behandeling vergt.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.