Genetica en fysiologie Ongeveer 40% van de mensen met een frontotemporale NCS heeft een NCS met een vroeg begin in de familieanamnese, en ongeveer 10% vertoont een autosomaal dominant over­er­vings­pa­troon. Er is een aantal genetische factoren gevonden, zoals mutaties in het gen dat het mi­cro­tu­bulus­ge­kop­peld taueiwit, het granulinegen (GRN) en het C9ORF72-gen codeert. Er is een aantal families met causale mutaties gevonden (zie de subparagraaf ‘Diagnostische markers’ hierna), maar veel mensen met een bekende fa­mi­lie­over­dracht hebben geen bekende mutatie. De aanwezigheid van amyotrofe laterale sclerose gaat samen met een snellere verslechtering.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.