Depressieve-stemmingsstoornissen, angststoornissen en stoornissen in het gebruik van een middel komen samen voor met de intermitterende explosieve stoornis, maar deze stoornissen ontstaan meestal later dan de intermitterende explosieve stoornis.
Onderzoek levert neurobiologische aanwijzingen op voor het bestaan van serotonerge afwijkingen, in het lichaam en in de hersenen, specifiek in delen van het limbische systeem (cortex cingularis anterior) en de orbitofrontale cortex bij mensen met de intermitterende explosieve stoornis. Tijdens fMRI-scans blijkt dat de reacties van de amygdala op stimuli die boosheid oproepen, sterker zijn bij mensen met een intermitterende explosieve stoornis dan bij gezonde mensen. Bovendien is er sprake van een verminderd volume van grijze stof in verschillende frontolimbische gebieden, en dit hangt omgekeerd samen met de mate van agressiviteit bij mensen met een intermitterende explosieve stoornis. Deze veranderingen in de hersenen worden echter niet altijd gezien.