F63.8
CLASSIFICATIECRITERIA
ARecidiverende uitbarstingen van gedrag die een uiting zijn van het niet kunnen beheersen van agressieve impulsen, zoals blijkt uit een van de volgende kenmerken:
1Verbale agressie (bijvoorbeeld woede-uitbarstingen, tirades, verbale woordenwisselingen of ruzies) of fysieke agressie jegens eigendommen, dieren of andere mensen, gemiddeld twee keer per week in een periode van drie maanden. De fysieke agressie leidt niet tot schade of het vernielen van eigendommen of tot lichamelijke verwonding van dieren of andere mensen.
2Drie agressieve uitbarstingen binnen een periode van één jaar, met schade aan of vernieling van eigendommen tot gevolg, en/of fysiek geweld jegens dieren of andere mensen met lichamelijke verwondingen tot gevolg.
De DSM-5-criteria operationaliseren de reikwijdte, de frequentie en het tijdschema van agressief gedrag, waardoor de intermitterende explosieve stoornis zowel kan worden vastgesteld wanneer er agressieve uitbarstingen zijn met een hoge frequentie en een lage intensiteit (criterium A1), als met een lage frequentie en een hoge intensiteit (criterium A2). De drempel in criterium A1 is vastgesteld op een gemiddelde van twee uitbarstingen per week gedurende minstens drie maanden, omdat dit agressieniveau van lage intensiteit goed reageert op behandeling. De drempel in criterium A2 is vastgesteld op drie ernstige uitbarstingen per jaar, omdat dit agressieniveau van hoge intensiteit mensen die significant agressiever zijn onderscheidt van mensen die minder vaak ernstige agressieve uitbarstingen hebben.
BDe mate van agressiviteit die tijdens de recidiverende uitbarstingen tot uitdrukking komt is in grove mate disproportioneel ten opzichte van de aanleiding of van welke andere precipiterende psychosociale stressoren dan ook.
Het hoofdkenmerk van de intermitterende explosieve stoornis is dat de uitbarsting niet in verhouding staat tot hoe de meeste mensen reageren wanneer ze met een stressvolle situatie worden geconfronteerd. Agressief gedrag doet zich uiteraard om veel redenen voor bij mensen met en zonder psychische stoornissen. Met behulp van dit criterium kan de clinicus bepalen of bepaald gedrag wel (of niet) toe te schrijven is aan een psychische stoornis, door vast te stellen of iemands gedragsmatige respons buitenproportioneel is.
CDe recidiverende agressieve uitbarstingen zijn niet van tevoren beraamd
Dit nieuwe criterium vereist dat het agressieve gedrag impulsief van aard is. Dit is een belangrijk kenmerk, omdat uit empirische gegevens duidelijk blijkt dat er een scheidslijn bestaat tussen impulsieve agressie en agressie met voorbedachten rade. Dit onderscheid is behulpzaam om gepland agressief gedrag te onderscheiden van agressief gedrag dat spontaan en zonder enige reflectie optreedt. Het criterium helpt ook om de uitbarstingen bij de intermitterende explosieve stoornis te onderscheiden van agressieve uitbarstingen die beraamd worden om een doel te bereiken. Het gaat dan bijvoorbeeld om het angst aanjagen of intimideren van anderen, zoals kan voorkomen bij iemand met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis.
(ze zijn impulsief en/of gebaseerd op boosheid) en vinden niet plaats om een bepaald concreet doel te behalen (zoals geld, macht, intimidatie).
DDe recidiverende agressieve uitbarstingen veroorzaken ofwel duidelijke lijdensdruk bij de betrokkene zelf, ofwel beperkingen in het beroepsmatige of interpersoonlijke functioneren, of hebben financiële of juridische consequenties.
Net zoals bij andere stoornissen is bij de intermitterende explosieve stoornis in de DSM-5 ook het vereiste opgenomen dat er sprake moet zijn van duidelijke lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren in relatie tot het agressieve gedrag. De stoornis kan een aanzienlijke subjectieve lijdensdruk veroorzaken als de betrokkene probeert om te gaan met de gevolgen van zijn of haar gedrag. Voor de meesten is het gedrag egodystoon en leidt het tot gevoelens van schaamte en wroeging (in tegenstelling tot bij de antisociale-persoonlijkheidsstoornis, waarbij de betrokkene mogelijk geen van beide emoties ervaart). Omdat de uitbarstingen disproportioneel zijn, kunnen deze iemands relaties verstoren, leiden tot problemen op het werk (bijvoorbeeld ontslag), of bijdragen aan juridische problemen als slachtoffers persoonlijk letsel hebben ondergaan of materiële schade hebben geleden. Hoewel dit niet als zodanig staat vermeld, is het niet de bedoeling om met behulp van deze classificatie juridische dekking te bieden aan mensen die egoïstische, financiële of politieke motieven hebben voor hun agressieve daden.
EDe kalenderleeftijd is minimaal 6 jaar (of een hiermee overeenkomend ontwikkelingsniveau).
De intermitterende explosieve stoornis komt al bij prepuberale kinderen voor en piekt halverwege de adolescentie, met een beginleeftijd die uiteenloopt van ongeveer 13 tot 21 jaar. Uit gegevens blijkt ook dat de stoornis aanhoudend is en een chronisch beloop heeft van minstens twaalf jaar. Door het vaststellen van een minimumleeftijd (of gelijkwaardig ontwikkelingsniveau) van 6 jaar, stimuleert de DSM-5 het gebruik van andere classificaties voor kinderen met recidiverende woede-uitbarstingen (bijvoorbeeld de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis), omdat het beloop van dergelijke uitbarstingen bij jonge kinderen niet duidelijk is.
FDe recidiverende agressieve uitbarstingen kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis (zoals een depressieve- of bipolaire-stemmingsstoornis, een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis, een psychotische stoornis, een antisociale-persoonlijkheidsstoornis, een borderline-persoonlijkheidsstoornis) en kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening (zoals een schedeltrauma, de ziekte van Alzheimer) of aan de fysiologische effecten van een middel (zoals een drug of medicatie). Agressief gedrag binnen de context van een aanpassingsstoornis bij kinderen in de leeftijd van 6–18 jaar wordt niet als deze stoornis aangemerkt.
De uitsluitingen zijn ten opzichte van de DSM-IV veranderd. Volgens de DSM-5 kunnen nu ook mensen met een autismespectrumstoornis, een andere disruptieve gedragsstoornis (de normoverschrijdend-gedragsstoornis of de oppositionele-opstandige stoornis) of de aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) de classificatie intermitterende explosieve stoornis toegekend krijgen. Hoewel mensen met de eerdergenoemde stoornissen soms agressief zijn, lijkt het patroon van agressieve daden bij deze stoornissen te verschillen van dat bij de intermitterende explosieve stoornis. Om die reden heeft de werkgroep ADHD and Disruptive Behavior Disorders van de DSM-5 aanbevolen om deze uitzonderingen te schrappen. Andere stoornissen dienen daarentegen nog steeds te worden uitgesloten, waaronder de antisociale- en de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Ook agressief gedrag dat zich voordoet bij kinderen van 6–18 jaar met een aanpassingsstoornis, telt niet mee bij het toekennen van de classificatie intermitterende explosieve stoornis.
NB Deze classificatie kan samen met de classificatie aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, normoverschrijdend-gedragsstoornis, oppositioneleopstandige stoornis of autismespectrumstoornis worden toegekend indien de recidiverende agressieve uitbarstingen vaker voorkomen of heviger zijn dan gewoonlijk wordt gezien bij deze stoornissen, en afzonderlijke aandacht gerechtvaardigd is.