De 12-maand­spre­va­len­tie voor de intermitterende explosieve stoornis bedraagt in de Verenigde Staten ongeveer 2,6%, en de levenslange prevalentie 4,0%. Bij adolescenten van Afro-Amerikaanse en Afro-Caraïbische afkomst in de Verenigde Staten worden — vooral bij jongens — hogere 12-maand­spre­va­len­ties aangetroffen, van respectievelijk 3,9 en 6,9% (met een beperkte definitie). Dit komt overeen met hogere 12-maand­spre­va­len­ties van psychische stoornissen onder zwarte mannelijke immigranten uit het Caraïbisch gebied en hun nakomelingen van de tweede en derde generatie, wat mogelijk samenhangt met een neerwaartse sociale mobiliteit in deze groepen en de effecten van racisme. De gerapporteerde prevalentie van de nor­mo­ver­schrij­dend-gedragsstoornis of andere disruptieve stoornissen kan echter vertekend zijn door een onjuist toegekende classificatie bij, of de over­di­a­gnos­ti­ce­ring van, mensen met een bepaalde culturele achtergrond. De prevalentie van de intermitterende explosieve stoornis is hoger bij jongere mensen (jonger dan 35–40 jaar bijvoorbeeld) dan bij mensen ouder dan 50 jaar, en bij mensen met een op­lei­dings­ni­veau van alleen middelbare school of lager. In sommige onderzoeken is de prevalentie van de intermitterende explosieve stoornis groter bij mannen en jongens dan bij vrouwen en meisjes; andere studies hebben geen verschillen tussen de geslachten gevonden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.