De stoornissen die in steekproeven uit de bevolking het vaakst comorbide met de intermitterende explosieve stoornis voorkomen, zijn depressievestemmingsstoornissen, angststoornissen, de posttraumatische-stressstoornis, boulimia nervosa, de eetbuistoornis en stoornissen in het gebruik van een middel. Daarnaast lopen ook mensen met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis of een borderline-persoonlijkheidsstoornis en mensen met een voorgeschiedenis van disruptief gedrag (bijvoorbeeld ADHD, de normoverschrijdend-gedragsstoornis, de oppositionele-opstandige stoornis) een groter risico op een comorbide intermitterende explosieve stoornis.