In een internationale meta-analyse bleek de prevalentie van de niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis over het algemeen enigszins hoger te zijn bij meisjes en vrouwen dan bij jongens en mannen. Dit komt niet overeen met de genderverhouding bij suïcidaal gedrag, waarbij de prevalentieverschillen tussen meisjes/vrouwen versus jongens/mannen veel groter zijn. In klinische steekproeven zijn de genderverschillen voor de niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis meer uitgesproken. In verschillende culturele contexten kan de genderverhouding variëren: in sommige contexten komt de stoornis vaker voor bij meisjes en vrouwen (bijvoorbeeld bij middelbarescholieren op het platteland van China), en in andere contexten juist vaker bij jongens en mannen (bijvoorbeeld bij jongeren van 11–19 jaar in Jordanië). De niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis komt aanzienlijk vaker voor bij seksuele minderheden, vooral bij mensen die zichzelf als biseksueel beschouwen.