Borderline-persoonlijkheidsstoornis Niet-suïcidale zelfbeschadiging wordt door velen beschouwd als pathognomonisch voor de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Hoewel de niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis vaak comorbide voorkomt met de borderline-persoonlijkheidsstoornis, hebben veel mensen met deze stoornis geen persoonlijkheidspatroon dat voldoet aan de criteria voor de borderline-persoonlijkheidsstoornis. De niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis komt niet alleen los van de borderline-persoonlijkheidsstoornis voor, maar is ook vaak comorbide met veel andere stoornissen, waaronder depressieve-stemmingsstoornissen, eetstoornissen en middelgerelateerde stoornissen.
Suïcidaal gedrag De differentiatie tussen de niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis en suïcidaal gedrag is gebaseerd op het doel van het gedrag. Als er een wens is om te sterven, dan gaat het om suïcidaal gedrag; als het de bedoeling is om verlichting te ervaren, dan gaat het om niet-suïcidale zelfbeschadiging (zoals beschreven in de criteria voor de niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis). In tegenstelling tot suïcidaal gedrag zijn de episoden van niet-suïcidale zelfbeschadiging op korte termijn meestal minder ernstig bij mensen die een voorgeschiedenis hebben van frequente episoden. Verder melden sommigen dat ze het zelfbeschadigende gedrag uitvoeren om een suïcidepoging te voorkomen.
Trichotillomanie (haaruittrekstoornis) Trichotillomanie wordt gedefinieerd door zelfbeschadigend gedrag dat beperkt blijft tot het uittrekken van het eigen haar, meestal uit de hoofdhuid, wenkbrauwen of wimpers. Het gedrag vindt plaats in ‘sessies’ die uren kunnen duren. Het komt het meest voor tijdens een moment van ontspanning of afleiding. Wanneer het zelfbeschadigende gedrag beperkt blijft tot haar uittrekken, moet in plaats van de niet-suïcidale-zelfbeschadigingssstoornis de classificatie trichotillomanie worden toegekend.
Stereotiepe-bewegingsstoornis met zelfbeschadiging De stereotiepe-bewegingsstoornis omvat repetitief, schijnbaar gedreven en schijnbaar doelloos motorisch gedrag (bijvoorbeeld met de handen schudden of zwaaien, het lichaam heen en weer wiegen, met het hoofd bonken, zichzelf bijten, zichzelf slaan) dat soms kan leiden tot zelfbeschadiging. Deze stoornis gaat vaak samen met een bekende somatische of genetische aandoening, een neurobiologische ontwikkelingsstoornis of omgevingsfactoren (bijvoorbeeld het syndroom van Lesch-Nyhan, een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis, intra-uteriene blootstelling aan alcohol). Wanneer het zelfbeschadigende gedrag voldoet aan de criteria voor de stereotiepe-bewegingsstoornis, moet deze classificatie worden toegekend in plaats van de classificatie niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis.
Excoriatiestoornis (huidpulkstoornis) De excoriatiestoornis is gewoonlijk gericht op het pulken aan een bepaald deel van de huid, meestal in het gelaat of op de hoofdhuid, dat de betrokkene als afstotelijk ervaart of als een onvolkomenheid ziet. Wanneer het zelfbeschadigende gedrag zich beperkt tot huidpulken, moet de classificatie excoriatiestoornis worden toegekend in plaats van de classificatie niet-suïcidale-zelfbeschadigingsstoornis.