Aangezien mensen met niet-suïcidale zelfbeschadiging suïcide kunnen plegen en dat soms ook doen, is het belangrijk om deze personen te onderzoeken op suïciderisico en om informatie van derden te verkrijgen over recente veranderingen in de stemming en de blootstelling aan stress. Uit onderzoek in drie hoge-inkomenslanden in klinische settings en in de algemene bevolking is gebleken dat de waarschijnlijkheid dat iemand een suïcidepoging doet samenhangt met een voorgeschiedenis van niet-suïcidale zelfbeschadiging. De betrokkenen waren doorgaans één à twee jaar voor de suïcidepoging begonnen met het zelfbeschadigende gedrag. De volgende factoren voorspellen het best of iemand aan suïcide denkt of een suïcidepoging gaat doen: het gebruiken van meerdere methoden van niet-suïcidale zelfbeschadiging in het verleden; een hoge frequentie van het zelfbeschadigende gedrag; een jongere leeftijd bij aanvang; en het uitvoeren van zelfbeschadigende handelingen om verlichting te krijgen van interne lijdensdruk of om zichzelf te straffen.