Nacht­mer­rie­stoor­nis In tegenstelling tot mensen met non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen worden mensen met een nacht­mer­rie­stoor­nis gewoonlijk snel en volledig wakker. Zij rapporteren levendige verhalende dromen die de episoden vergezellen, en hebben doorgaans episoden die vaak later in de nacht optreden. Non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen komen vooral voor tijdens de non-remslaap, en nachtmerries meestal tijdens de remslaap. Ouders van kinderen met non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen kunnen het verslag van fragmentarische beelden soms onterecht als nachtmerries interpreteren.

Adem­ha­lings­ge­re­la­teer­de slaap­stoor­nis­sen Bij adem­ha­lings­stoor­nis­sen die tijdens de slaap optreden kunnen mensen ook verward ontwaken met daaropvolgend amnesie voor het voorval. De adem­ha­lings­ge­re­la­teer­de slaap­stoor­nis­sen worden echter ook gekenmerkt door symptomen zoals snurken, adempauzes en slaperigheid overdag. Bij sommige mensen kan een adem­ha­lings­ge­re­la­teer­de slaapstoornis slaap­wan­de­le­pi­so­den luxeren.

Rem­slaap­ge­drags­stoor­nis De rem­slaap­ge­drags­stoor­nis kan soms moeilijk van non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen worden onderscheiden. De rem­slaap­ge­drags­stoor­nis wordt gekenmerkt door episoden van duidelijk waarneembare complexe bewegingen die ontstaan vanuit de slaap en waarbij de betrokkene of een naaste gewond raakt. In tegenstelling tot non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen komt de rem­slaap­ge­drags­stoor­nis voor tijdens de remslaap. Mensen met een rem­slaap­ge­drags­stoor­nis kunnen tijdens een episode gemakkelijk te wekken zijn en rapporteren een ge­de­tail­leer­de­re en levendigere droominhoud dan mensen met non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen. Deze personen, of hun bedgenoten, rapporteren vaak dat zij hun dromen ‘uitvoeren’.

Parasomnia-overlapsyndroom Het parasomnia-overlapsyndroom heeft klinische en po­ly­som­no­gra­fi­sche eigenschappen van zowel slaapwandelen als de rem­slaap­ge­drags­stoor­nis.

Slaap­ge­re­la­teer­de insulten Sommige typen insulten kunnen episoden met zeer ongewone gedragingen geven die voornamelijk of uitsluitend optreden tijdens de slaap. Nachtelijke insulten vertonen soms een sterke overeenkomst met non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen, maar hebben een meer stereotiep karakter, komen meerdere keren per nacht voor en kunnen vaker optreden tijdens dutjes overdag. Bovendien kunnen insulten ook tijdens het wakker zijn ontstaan, wat niet voorkomt bij non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen. De aanwezigheid van slaap­ge­re­la­teer­de insulten sluit de aanwezigheid van non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen niet uit. Terugkerende slaap­ge­re­la­teer­de insulten worden als een vorm van epilepsie beschouwd.

Black-outs door alcohol Black-outs door alcohol staan soms in verband met excessief complex gedrag in afwezigheid van andere potentiële intoxicaties. Bij de black-out verliest de betrokkene niet het bewustzijn, maar is de black-out eerder een geïsoleerde ge­heu­gen­stoor­nis voor voorvallen die tijdens het drinken van alcohol plaatsvinden. In de anamnese kan dergelijk gedrag niet worden onderscheiden van het gedrag dat wordt waargenomen bij non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen.

Dissociatieve amnesie, met dissociatieve fugue Het is uitermate lastig om de dissociatieve fugue van slaapwandelen te onderscheiden. In tegenstelling tot andere parasomnia’s ontstaat de dissociatieve fugue vanuit een periode waarin de betrokkene wakker is vanuit de slaap, in plaats van direct vanuit de slaap zonder periode van wakker zijn. Er is meestal een voor­ge­schie­de­nis van herhaaldelijke lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik in de kindertijd (maar het kan zeer moeilijk zijn om deze informatie te verkrijgen).

Simuleren of ander willekeurig gedrag Net zoals dissociatieve fugue komt simulatie of ander willekeurig gedrag voor tijdens het wakker zijn.

Paniekstoornis Paniekaanvallen kunnen ook een oorzaak zijn voor het plotseling ontwaken vanuit de diepe non-remslaap, en deze gaan gepaard met een angstig gevoel. De betrokkene wordt bij dergelijke episoden echter snel en volledig wakker zonder de verwardheid, amnesie en/of motorische activiteit die zo kenmerkend zijn voor non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen.

Complex gedrag door medicatie Gedrag dat overeenkomt met het gedrag bij non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen kan worden uitgelokt door het gebruik of de onttrekking van middelen of medicatie (bijvoorbeeld benzodiazepinen, hypnotica, opioïden, cocaïne, nicotine, antipsychotica of andere do­p­ami­ne­re­cep­tor-blokkerende middelen, tricyclische antidepressiva, chloralhydraat). Dergelijk gedrag kan vanuit de slaapperiode ontstaan en kan uitermate complex zijn. De onderliggende pathofysiologie is een relatief geïsoleerde amnesie. In dergelijke gevallen moet de classificatie slaapstoornis door een middel/medicatie, parasomniatype worden toegekend (zie de paragraaf ‘Slaapstoornis door een middel/medicatie’ verderop in dit hoofdstuk).

Nachtelijk eetsyndroom In tegenstelling tot de vorm van slaapwandelen die gepaard gaat met eten, die wordt gekenmerkt door terugkerende episoden van eten tijdens een onvolledige arousal uit de slaap, wordt het nachtelijk eetsyndroom beschouwd als een afwijking in het circadiane ritme van de maaltijdtiming. Mensen met dit syndroom hebben een normale circadiane timing van het begin van de slaap, maar worden midden in de nacht wakker en gaan dan (te) veel eten.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.