Non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen komen het meest voor in de kindertijd en nemen met het ouder worden in frequentie af. Slaapwandelen en pavor nocturnus verdwijnen vaak na de zuigelingentijd en kindertijd en komen minder vaak voor in de adolescentie, met re­mis­sie­per­cen­ta­ges tussen 50 en 65%; bij jongeren in de leeftijd van 10–18 jaar is de gerapporteerde frequentie 1,1% voor slaapwandelen en 0,6% voor pavor nocturnus.

Gewelddadige of seksuele handelingen tijdens de slaap­wan­de­le­pi­so­den komen vaker voor bij volwassenen. Wanneer het slaapwandelen pas op volwassen leeftijd begint bij mensen die geen voor­ge­schie­de­nis hebben van slaapwandelen als kind, moet er naar een specifieke etiologie worden gezocht, zoals een obstructieve slaapapneu, nachtelijke insulten of een effect van medicatie.

Oudere kinderen en volwassenen hebben een ge­de­tail­leer­de­re herinnering aan de beangstigende beelden die samenhangen met pavor nocturnus dan jongere kinderen. Bij deze laatste groep is er vaker sprake van een volledige amnesie, of zij rapporteren alleen een licht angstig gevoel.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.