Geïsoleerd of occasioneel non-remslaap-arousalgedrag komt in de algemene bevolking wereldwijd vaak voor. Bij 10 tot 30% van de kinderen komt minstens één episode van slaapwandelen voor, en de crossnationale 12-maand­spre­va­len­tie voor slaapwandelen bij kinderen is ongeveer 5%. De prevalentie van slaap­wan­de­le­pi­so­den (dus niet van de slaap­wan­del­stoor­nis volgens de ICSD-3) wordt geschat op 12 tot 14,5% van de kinderen in Canada en op 1,0 tot 7,0% bij volwassenen in het Verenigd Koninkrijk. Bij slechts 0,5 tot 0,7% van de volwassenen komen de episoden wekelijks tot maandelijks voor. Schattingen voor de levenslange prevalentie van slaapwandelen in het algemeen variëren van ongeveer 6,9 tot 29,2% over de hele wereld, met een prevalentie van slaapwandelen door volwassenen in het afgelopen jaar van 1,5 tot 3,6%.

De prevalentie van pavor nocturnus in de algemene bevolking is niet bekend. De prevalentie van nacht­angste­pi­so­den (in tegenstelling tot pavor nocturnus, die gepaard gaat met herhaling, lijdensdruk en beperkingen) is 34,4 tot 36,9% bij Canadese kinderen in de leeftijd van 18 maanden en 19,7% in de leeftijd van 30 maanden. Bij Canadese en Britse volwassenen is de prevalentie 2,2%.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.