Omgeving Het gebruik van hypnotica of anxiolytica, slaapdeprivatie, verstoringen van het slaap-waakritme, vermoeidheid en lichamelijke of emotionele stress kunnen de kans op episoden verhogen. Het kan zo zijn dat non-remslaap-arousalstoornissen door koorts en slaapdeprivatie frequenter optreden.
Genetica en fysiologie Bij minstens 80% van de mensen die slaapwandelen kan een familieanamnese van slaapwandelen of pavor nocturnus aanwezig zijn. De kans op slaapwandelen wordt nog groter (tot wel 60% van de kinderen) wanneer beide ouders een voorgeschiedenis van de stoornis hebben. In de literatuur is een familiaire aggregatie van pavor nocturnus en slaapwandelen beschreven, aangezien een voorgeschiedenis van slaapwandelen door (een van) de ouders een voorspeller is van incidentele en persisterende nachtangst bij hun nakomelingen. Bij mensen met pavor nocturnus is vaak de familieanamnese positief voor ofwel pavor nocturnus ofwel slaapwandelen. Is dat het geval, dan is de prevalentie van de stoornis bij eerstegraadsbloedverwanten tien keer hoger. Pavor nocturnus komt veel vaker voor bij eeneiige tweelingen dan bij twee-eiige tweelingen. Het is niet bekend hoe de overerving precies verloopt.