Om een non-remslaap-arousalstoornis vast te kunnen stellen, moet de betrokkene of een van de huisgenoten klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren ondervinden. De symptomen kunnen echter soms ook optreden bij niet-klinische populaties en liggen in dat geval onder de drempelwaarde voor de classificatie. Gêne over de episoden heeft soms nadelige gevolgen voor de sociale contacten. Dit kan leiden tot sociaal isolement of beroepsgerelateerde problemen. Het komt zelden voor dat non-remslaap-arousalstoornissen leiden tot ernstige verwondingen van de betrokkene of anderen die de betrokkene proberen gerust te stellen. Verwondingen aan anderen blijven beperkt tot verwondingen van mensen die in de buurt zijn; mensen worden door de betrokkene niet speciaal ‘uitgezocht’. Mensen met slaapgerelateerd eetgedrag die tijdens de slaap onbewust voedsel bereiden of eten, kunnen problemen ervaren als een slechte diabetescontrole, gewichtstoename en verwondingen (snij- of brandwonden), of nadelige gevolgen ondervinden van het eten van gevaarlijke of giftige nieteetbare producten. Non-remslaap-arousalstoornissen leiden echter zelden tot gewelddadig of schadelijk gedrag dat juridische gevolgen heeft.