Depressieve stoornis Als een persoon in reactie op een stressor symptomen heeft die voldoen aan de criteria voor een depressieve stoornis, is de classificatie aanpassingsstoornis niet van toepassing. Het symptoomprofiel van de depressieve stoornis verschilt van dat van aanpassingsstoornissen.
Posttraumatische-stressstoornis en acute stressstoornis Bij aanpassingsstoornissen hoeft de stressor niet noodzakelijkerwijs dezelfde ernst te hebben en van hetzelfde type te zijn als die vereist zijn in criterium A van de acute stressstoornis en de posttraumatische-stressstoornis (PTSS). Om een aanpassingsstoornis van deze twee posttraumatische classificaties te kunnen onderscheiden, moet men rekening houden met de timing en het symptoomprofiel. De classificatie aanpassingsstoornis kan meteen worden toegekend en de stoornis kan tot zes maanden na blootstelling aan de psychotraumatische gebeurtenis aanhouden, terwijl de acute stressstoornis zich alleen kan voordoen tussen drie dagen en één maand na blootstelling, en de classificatie PTSS pas één maand na blootstelling aan de psychotraumatische stressor kan worden toegekend. De vereiste symptoomprofielen van PTSS en de acute stressstoornis verschillen van het symptoomprofiel van aanpassingsstoornissen. De classificatie aanpassingsstoornis kan na een psychotraumatische gebeurtenis worden toegekend als een betrokkene de symptomen van de acute stressstoornis of PTSS vertoont en deze niet voldoen aan de drempelwaarden voor deze stoornissen, of die niet overschrijden. Omdat een aanpassingsstoornis niet langer dan zes maanden na beëindiging van de stressor of de gevolgen ervan kan aanhouden, moeten de gevallen waarin de symptomen als reactie op een psychotraumatische gebeurtenis optreden maar niet voldoen aan de diagnostische drempelwaarde voor PTSS en langer dan zes maanden aanhouden, worden geclassificeerd als een andere gespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis. Een classificatie aanpassingsstoornis moet ook worden toegekend bij betrokkenen die niet zijn blootgesteld aan een psychotraumatische gebeurtenis die voldoet aan criterium A voor PTSS, maar die niettemin het volledige symptoomprofiel van de acute stressstoornis of PTSS vertonen.
Persoonlijkheidsstoornissen Sommige persoonlijkheidskenmerken kunnen samengaan met een gevoeligheid voor situationele tegenslagen die op een aanpassingsstoornis kan lijken. De biografische anamnese van het functioneren van de betrokkene kan helpen bij het interpreteren van disfunctioneel gedrag, om onderscheid te kunnen maken tussen een al langer bestaande persoonlijkheidsstoornis en een aanpassingsstoornis. Sommige persoonlijkheidsstoornissen kunnen de kwetsbaarheid voor lijden vergroten, terwijl stressoren de symptomen van de persoonlijkheidsstoornis ook kunnen verergeren. Wanneer iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft, aan de criteria voor een aanpassingsstoornis wordt voldaan, en de stressgerelateerde ontregeling groter is dan bij disfunctionele persoonlijkheidssymptomen het geval zou zijn (aan criterium C wordt voldaan), dan moet de classificatie aanpassingsstoornis worden toegekend.
Rouw na overlijden Klinisch significante lijdensdruk na een overlijden kan soms als aanpassingsstoornis worden geclassificeerd wanneer de clinicus van oordeel is dat de rouw na het overlijden niet in verhouding is tot wat kan worden verwacht of wanneer dit tot aanzienlijke beperkingen in de zelfzorg en interpersoonlijke relaties heeft geleid. Wanneer dergelijke symptomen langer dan twaalf maanden na het overlijden aanhouden, wordt de classificatie persisterende-rouwstoornis toegekend indien volledig aan de criteria wordt voldaan, en anders de classificatie andere gespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis.
Psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden Bij psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden, wordt de somatische aandoening verergerd door specifieke psychische factoren (zoals psychiatrische symptomen, gedragingen, andere factoren). Deze psychische factoren kunnen een persoon kwetsbaar maken voor een somatische aandoening of het risico erop vergroten, of ze kunnen een bestaande aandoening verergeren. Een aanpassingsstoornis is daarentegen een reactie op de stressor (zoals het hebben van een somatische ziekte).
Normale stressreacties Als er nare dingen gebeuren, raken de meeste mensen overstuur. Dan is er geen sprake van een aanpassingsstoornis. De classificatie mag alleen worden toegekend als de omvang van de stress (zoals veranderingen in stemming, angst of het gedrag) groter is dan wat normalerwijs verwacht mag worden (wat per cultuur kan verschillen) of als de negatieve gebeurtenis het ontstaan van beperkingen in het functioneren luxeert.