Het hoofdkenmerk van aanpassingsstoornissen zijn emotionele of gedragsmatige symptomen als reactie op een aanwijsbare stressor (criterium A). De stressor kan een enkelvoudige gebeurtenis zijn (zoals de beëindiging van een liefdesrelatie), of er is sprake van meerdere stressoren (zoals duidelijke moeilijkheden op het werk en huwelijksproblemen). De stressoren kunnen bij herhaling optreden (doordat ze bijvoorbeeld gerelateerd zijn aan seizoensgebonden financiële moeilijkheden, onbevredigende seksuele relaties) of continu van aard zijn (zoals een chronische pijnlijke ziekte met toenemende beperkingen, wonen in een van misdaad vergeven buurt). De stressoren kunnen een enkel individu betreffen, een heel gezin of een grotere groep of buurt (zoals bij een natuurramp). Sommige stressoren kunnen samengaan met specifieke gebeurtenissen tijdens de ontwikkeling (zoals naar school gaan, het ouderlijk huis verlaten, weer bij de ouders gaan wonen, gaan trouwen, vader of moeder worden, er niet in slagen om bepaalde carrièredoelen te verwezenlijken, met pensioen gaan).
De classificatie aanpassingsstoornis kan worden toegekend na de dood van een dierbare wanneer de intensiteit, de kwaliteit of het aanhouden van het verdriet groter is dan wat normaal verwacht kan worden, rekening houdend met culturele, religieuze of bij de leeftijd passende normen, en zolang de rouwreactie niet voldoet aan de criteria voor een persisterende-rouwstoornis.