Alle andere gespecificeerde psychische stoornissen
Hebben als kenmerk een specifiek symptoompatroon zonder het vereiste dat de symptomen optreden in reactie op een stressor (behalve de posttraumatische-stressstoornis, acute stressstoornis, reactieve hechtingsstoornis en ontremd-sociaalcontactstoornis). De classificatie aanpassingsstoornis wordt niet toegekend als de symptomen voldoen aan de criteria voor een specifieke psychische stoornis of wanneer er sprake is van een exacerbatie van een bestaande stoornis. Er kan sprake zijn van een aanpassingsstoornis naast een andere psychische stoornis als deze laatste geen verklaring biedt voor het optreden van de specifieke symptomen als reactie op de stressor. Zo kan iemand met een obsessieve-compulsieve stoornis door werkloosheid een aanpassingsstoornis met sombere stemming ontwikkelen.
Posttraumatische-stressstoornis of acute stressstoornis
Hebben beide als vereiste dat de stressor extreem is en vergezeld gaat van kenmerkende intrusieve symptomen, persisterende vermijding van de prikkels die te maken hebben met de psychotraumatische gebeurtenis, negatieve veranderingen in cognities en stemming en duidelijke veranderingen in arousal en reactiviteit.
‘Andere gespecificeerde’ of ‘ongespecificeerde’ stoornis (bijvoorbeeld: andere gespecificeerde depressieve-stemmingsstoornis)
Deze classificaties worden alleen gebruikt indien niet aan de criteria voor een gespecificeerde DSM-5-stoornis wordt voldaan (inclusief de aanpassingsstoornissen).
Psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden
Hierbij gaat het om specifieke psychische factoren (bijvoorbeeld psychische symptomen, gedrag, andere factoren) die een luxerende factor zijn voor een psychische stoornis, deze verergeren, het risico op het ontstaan van een psychische stoornis verhogen, of een reeds bestaande aandoening verergeren. Wanneer een somatische aandoening als psychosociale stressor fungeert en tot een psychische reactie leidt, wordt echter een aanpassingsstoornis toegekend.
Rouw na overlijden
Heeft als kenmerk een reactie op het verlies van een dierbare die overeenkomt met wat te verwachten valt. Er kan alleen een aanpassingsstoornis worden toegekend als de symptomen ernstiger zijn dan kan worden verwacht.
Persisterende complexe rouwstoornis (in deel III van de DSM-5)
Heeft als kenmerk een persisterende maladaptieve en pathologische reactie op het overlijden van een dierbare. Anders dan bij een aanpassingsstoornis, waarvoor een minimale duur van 6 maanden is vereist, moeten de symptomen van de persisterende complexe rouwstoornis minstens 12 maanden aanwezig zijn.
Normale stressreacties
Hebben als kenmerk symptomen die, gezien de aard van de stressor, normaliter verwacht kunnen worden en die niet tot klinisch significante lijdensdruk of beperkingen leiden.