Andere parasomnia’s Verward wakker worden, slaapwandelen en pavor nocturnus kunnen gemakkelijk verward worden met de remslaapgedragsstoornis. In het algemeen komen deze stoornissen voor bij mensen jonger dan 50 jaar. In tegenstelling tot de remslaapgedragsstoornis ontstaan zij vanuit de non-remslaap en treden daardoor doorgaans in het eerste deel van de slaapperiode op. Het verward wakker worden hangt samen met verwardheid en desoriëntatie, en de betrokkene heeft geen gedetailleerde herinnering aan de droomactiviteit die gepaard gaat met het gedrag. Bij polysomnografisch onderzoek van de arousalstoornissen is in het algemeen een normale remslaapatonie aanwezig, tenzij er sprake is van een comorbide parasomnia.
Slaapstoornis door een middel/medicatie, parasomniatype Veel medicatie die veelvuldig wordt voorgeschreven, inclusief tricyclische antidepressiva, selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) en serotonine-norepinefrineheropnameremmers (SNRI’s), kunnen leiden tot polysomnografische aanwijzingen voor een remslaap zonder atonie en tot een manifeste remslaapgedragsstoornis. Deze laatste stoornis moet dan worden geclassificeerd als een slaapstoornis door een middel/medicatie, parasomniatype. Het is niet bekend of de medicatie zelf remslaap zonder atonie en/of de remslaapgedragsstoornis veroorzaakt, of dat die een onderliggende luxerende factor aan het licht brengt.
Asymptomatische remslaap zonder atonie Voor de classificatie remslaapgedragsstoornis moet klinisch waarneembaar gedrag aanwezig zijn waarin de droom wordt ‘uitgevoerd’ in combinatie met de polysomnografische bevinding van remslaap zonder atonie. Als de remslaap zonder atonie wordt geregistreerd zonder enige klinische anamnese van dromen die actief worden uitgevoerd, is het slechts een asymptomatische polysomnografische observatie waarvan de klinische significantie vooralsnog onbekend is.
Nachtelijke insulten Nachtelijke insulten kunnen de remslaapgedragsstoornis nabootsen, maar het kenmerkende gedrag bij een nachtelijk insult is in het algemeen stereotiep. Met een polysomnografisch onderzoek met volledige elektro-encefalografische registratie van de insulten kunnen de twee van elkaar worden onderscheiden. Bij mensen met epilepsie is in het algemeen geen remslaap zonder atonie aanwezig op de polysomnografische registratie.
Obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom Het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom kan leiden tot vocaal en motorisch gedrag dat erg lijkt op dat bij de remslaapgedragsstoornis, bijvoorbeeld praten, schreeuwen, gebaren maken en stompen; ook komen onplezierige dromen voor. Om te kunnen differentiëren tussen deze twee stoornissen is een polysomnografische registratie noodzakelijk. Bij de remslaapgedragsstoornis treden de parasomniasymptomen op tijdens perioden van remslaap zonder atonie. Bij obstructieve slaapapneu treden de parasomniasymptomen alleen op tijdens arousals aan het eind van de apneuaanvallen en verdwijnen ze na het effectief behandelen van het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom (met continuous positive airway pressure, CPAP). Bij obstructieve slaapapneu wordt meestal geen remslaap zonder atonie waargenomen.
Andere gespecificeerde dissociatieve stoornis (slaapgerelateerde psychogene dissociatieve stoornis) In tegenstelling tot vrijwel alle andere parasomnia’s, die plotseling ontstaan vanuit de non-remslaap of remslaap, ontstaat het psychogene dissociatieve gedrag vanuit een duidelijk afgebakende periode waarin de betrokkene wakker is binnen de slaapperiode. In tegenstelling tot de remslaapgedragsstoornis komt deze aandoening vaker voor bij vrouwen.
Simuleren In veel gevallen van simulatie waarbij de betrokkene rapporteert dat hij of zij last heeft van bewegingen tijdens de slaap, kan de betrokkene de klinische kenmerken van de remslaapgedragsstoornis nabootsen en is polysomnografische documentatie vereist.