Het hoofdkenmerk van de rem­slaap­ge­drags­stoor­nis zijn de vocalisaties en/of complexe motorische gedragingen die vanuit de remslaap ontstaan (criterium A). Deze gedragingen zijn vaak motorische responsen op de inhoud van gewelddadige of met veel actie gepaard gaande dromen waarin de betrokkene wordt aangevallen of uit een bedreigende situatie probeert te ontsnappen, en kunnen als ‘droom­ge­ïn­du­ceer­de handelingen’ worden omschreven. De vocalisaties zijn vaak luid, vol emotie en blasfemisch. Deze gedragingen kunnen zeer vervelend zijn voor de betrokkene en voor de bedpartner en kunnen aanzienlijk letsel veroorzaken (bijvoorbeeld uit bed vallen, springen of vliegen; rennen, stompen, duwen, slaan of schoppen). Mensen met een rem­slaap­ge­drags­stoor­nis kunnen echter ook minder opvallend vocaal of motorisch gedrag vertonen tijdens de remslaap. Dit gedrag is meestal niet de primaire slaapklacht, maar manifesteert zich pas bij de anamnese of bij po­ly­som­no­gra­fisch onderzoek door een slaapspecialist, neuroloog of psychiater. Bij het ontwaken is de betrokkene gewoonlijk onmiddellijk wakker, alert en georiënteerd (criterium C), en hij of zij kan de droom, die een nauwe correlatie heeft met het geobserveerde gedrag, vaak reproduceren. De ogen zijn tijdens dergelijke voorvallen doorgaans open. Voor de classificatie rem­slaap­ge­drags­stoor­nis moet op het polysomnogram meestal sprake zijn van remslaap zonder atonie. Indien geen polysomnografie is uitgevoerd, kan een voorlopige classificatie waarschijnlijke rem­slaap­ge­drags­stoor­nis worden toegekend als er sprake is van een vastgestelde synucleopathie (bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson, mul­ti­sys­teem­atro­fie) en als de anamnese wijst op een rem­slaap­ge­drags­stoor­nis (criterium D). De classificatie rem­slaap­ge­drags­stoor­nis vereist klinisch significante lijdensdruk of een beperking in het functioneren (criterium E). Dit hangt af van een aantal factoren, waaronder de frequentie van de voorvallen, de kans op gewelddadig gedrag of gedrag dat verwondingen kan veroorzaken, de mate van gêne en de lijdensdruk bij de huisgenoten. De ernst kan het best aan de hand van de aard of consequenties van het gedrag worden vastgesteld in plaats van alleen op basis van de frequentie. Gewelddadig gedrag staat doorgaans op de voorgrond, maar minder heftig gedrag komt ook voor.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.