Het ontstaan van de rem­slaap­ge­drags­stoor­nis kan geleidelijk zijn of snel. Vanwege het zeer sterke verband met het latere optreden van een onderliggende neu­ro­de­ge­ne­ra­tie­ve stoornis, moet de neurologische status van mensen met een rem­slaap­ge­drags­stoor­nis nauwlettend worden gecontroleerd. Bij mensen met een idiopathische rem­slaap­ge­drags­stoor­nis is de kans op het ontwikkelen van een specifieke neu­ro­de­ge­ne­ra­tie­ve ziekte, meestal een synucleopathie (zoals de ziekte van Parkinson, een uitgebreide of beperkte neurocognitieve stoornis met lewylichaampjes of mul­ti­sys­teem­atro­fie), in de eerste tien tot vijftien jaar na de diagnose ongeveer 75%, waarbij het risico op jaarbasis ongeveer 6 tot 7% is.

De symptomen bij jonge mensen, vooral jonge vrouwen, kunnen duiden op de aanwezigheid van narcolepsie, een slaapstoornis door een middel/medicatie, parasomniatype, een her­sen­stam­lae­sie of een auto-immune encefalopathie.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.