Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
De differentiële diagnostiek van de verstandelijke beperking is relatief beperkt, omdat er geen uitsluitingscriteria voor deze stoornis zijn. De classificatie moet worden toegekend als aan de criteria wordt voldaan, ongeacht of er ook aan andere classificatiecriteria wordt voldaan. Toch moeten andere psychiatrische stoornissen zeker worden uitgesloten, inclusief die van een neurocognitieve stoornis met begin in de kindertijd. Bovendien moet worden vastgesteld of de intelligentie globaal is aangedaan; als de tekorten zich beperken tot specifieke cognitieve domeinen, kunnen de classificaties specifieke leerstoornis of communicatiestoornis de voorkeur hebben. Het is ook belangrijk om er rekening mee te houden dat beperkingen in deze domeinen het moeilijk kunnen maken om het globale intellectuele functioneren te beoordelen, als gevolg van het onvermogen om te participeren in psychologische tests of door verminderde betrokkenheid bij of motivatie voor het onderzoek.
Doordat de classificatie verstandelijke beperking geen uitsluitingscriteria heeft, is het relatief eenvoudig de classificatiecriteria onder de knie te krijgen. Het belangrijkste aandachtspunt met betrekking tot de classificatie is de vraag of de beperkingen in de algemene intellectuele vaardigheden niet beter verklaard kunnen worden door tekorten in specifieke, beperkte domeinen die een vertekening kunnen geven van de testresultaten. Enkele andere stoornissen kunnen eveneens van invloed zijn op aspecten van het cognitieve functioneren, waaronder ADHD, een autismespectrumstoornis, stemmingsstoornissen, psychoses en bepaalde somatische aandoeningen. Het classificeren kan makkelijker worden gemaakt door aandacht te besteden aan de leeftijd bij aanvang, vast te stellen of het beloop episodisch dan wel chronisch is, en door het ontwikkelingstraject duidelijk in kaart te brengen. Zoals besproken in de DSM-5 moet de nadruk ook liggen op het bepalen van een onderliggende etiologie, vooral omdat de klinische manifestatie van de symptomen binnen deze heterogene diagnostische categorie sterk kan variëren.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.