Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie
Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie
► Beoordeel een oudere die voor het eerst complexe hallucinaties krijgt, of bij wie zich geleidelijk duidelijke schommelingen in de alertheid hebben ontwikkeld, op de andere hoofdsymptomen van een NCS met lewylichaampjes.
► Onderzoek of de persoon in kwestie een voorgeschiedenis heeft van overgevoeligheid voor neuroleptica. Dit kan duiden op een NCS met lewylichaampjes.
► Laat een uitgebreid somatisch onderzoek doen. Dit kan helpen bij het onderscheiden van een delirium van een NCS met lewylichaampjes, die beide worden gekenmerkt door wisselingen in de cognitieve functies, de aandacht en de alertheid.
► Vraag de patiënt naar valincidenten, en waarschuw hem of haar daarvoor. Valincidenten komen vaak voor bij mensen met een NCS met lewylichaampjes en verhogen het risico op ernstiger beperkingen.
► Differentieer een NCS met lewylichaampjes van een NCS door de ziekte van Parkinson door vast te stellen of de cognitieve beperkingen zijn begonnen voor de bewegingsstoornis of andersom. Bij een NCS met lewylichaampjes ontwikkelen de belangrijkste cognitieve beperkingen zich één jaar voordat de symptomen van een bewegingsstoornis beginnen, terwijl deze beperkingen bij een NCS door de ziekte van Parkinson minstens één jaar na het verschijnen van de symptomen van een bewegingsstoornis optreden.
► Vergeet niet dat het geheugen relatief intact blijft en dat de visuospatiële en executieve functies vroeg en onevenredig zwaar worden aangetast bij een NCS met lewylichaampjes. Hierdoor verschilt het cognitieve patroon van deze stoornis van dat van een NCS door de ziekte van Alzheimer en van normale veroudering.