Bestudeer de volgende casus
Bestudeer de volgende casus
De heer Rodriguez is een 69-jarige gepensioneerde fabrieksarbeider die vijftig jaar geleden vanuit Spanje naar Nederland is verhuisd. Hij meldt zich bij de polikliniek bewegingsstoornissen voor een onderzoek voorafgaand aan de implantatie van een neurostimulator voor diepe hersenstimulatie. De heer Rodriguez en zijn vrouw hebben moeite met de Nederlandse taal en het gesprek wordt daarom door een telefonische tolk vertaald. Zijn vrouw is enthousiast over de ingreep, omdat ze denkt dat die het looppatroon van haar man zal verbeteren en het aantal valincidenten zal verminderen. De heer Rodriguez loopt al sinds een halfjaar moeilijk en valt geregeld. Als de clinicus even alleen met hem praat, vertelt de heer Rodriguez dat hij verdrietig en wanhopig is, omdat hij denkt dat zijn vrouw een affaire heeft. Zijn vrouw meldt dat zij haar man in de afgelopen paar jaar enkele keren tegen zichzelf heeft horen praten en in het niets heeft zien staren. Toen ze hem vroeg of hij misschien hallucineerde, ontkende hij dit. Ze weet niet zeker hoe vaak dit is gebeurd, omdat ze vaak van huis is om familieleden te helpen. Ondanks zijn stijfheid en het frequente vallen, lijkt de heer Rodriguez in staat te zijn om voor zichzelf te zorgen. Hoewel hij altijd een voorkeur heeft gehad voor een zittende levensstijl, is hij in het afgelopen jaar meer sedentair geworden en brengt hij het grootste deel van zijn tijd door voor de tv, waar hij geregeld in slaap valt. Het echtpaar slaapt al vele jaren apart, omdat de heer Rodriguez dromen heeft waarin hij heftig uithaalt, en zijn vrouw is bang om gewond te raken als ze in hetzelfde bed zou slapen. Bij een neuropsychologisch onderzoek laat de man aanzienlijke executieve disfuncties zien. Op een woordherinneringstest in het Spaans laat hij een opmerkelijk goed geconserveerd geheugen zien.
De beoordeling van niet-Nederlands sprekenden kent altijd beperkingen, zelfs met een tolk. Hoewel anderstalige versies van meetinstrumenten soms beschikbaar zijn, moet rekening worden gehouden met educatieve en culturele verschillen binnen subgroepen van anderstaligen. Als er reden is om aan te nemen dat taalproblemen of culturele verschillen bijdragen aan iemands slechte prestaties, moet er meer waarde gehecht worden aan de relatief hoge scores dan aan de eventuele disfuncties. In dit geval bleek uit een neuropsychologisch onderzoek dat de patiënt een relatief goed geconserveerd geheugen heeft, wat pleit tegen de classificatie NCS door de ziekte van Alzheimer. Lage scores op meetinstrumenten van het executieve functioneren zouden een hoofdkenmerk kunnen bevestigen van de uitgebreide NCS met lewylichaampjes, als tenminste kan worden vastgesteld dat deze score niet te wijten is aan de taalbias van deze instrumenten. Er zijn geen aanwijzingen dat de cognitieve beperkingen samenhangen met beperkingen in het functioneren, maar bij deze conclusie dienen een paar kanttekeningen te worden gemaakt.
Een ander probleem is dat soms vertrouwd moet worden op een informant die beperkte informatie heeft. In dit geval is de informant (de vrouw van de patiënt) vaak niet thuis, en leidt de heer Rodriguez een grotendeels zittend leven, zodat zijn beperkingen in het functioneren mogelijk niet opgemerkt worden gezien de minimale eisen die aan hem gesteld worden en zijn summiere bezigheden. Bovendien uit de vrouw van de patiënt de wens dat hij een operatie ondergaat om de neurostimulator te plaatsen, aangezien beiden denken dat zijn fysieke mobiliteit via diepe hersenstimulatie zal verbeteren. Mevrouw Rodriguez is dus mogelijk geneigd om zich op de motorische symptomen te richten en andere cognitieve symptomen te verwaarlozen. Onder deze omstandigheden moet de clinicus zorgvuldig doorvragen naar eventuele cognitieve disfuncties en hallucinaties, en dient hij uitleg te geven aan de patiënt over de beperkingen en risico’s van de beschikbare behandelinterventies. De heer Rodriguez besteedt een groot deel van zijn tijd aan slapen, wat consistent is met fluctuaties in de alertheid — een hoofdsymptoom van een NCS met lewylichaampjes — en dit symptoom lijkt eerder te zijn ontstaan dan het begin van de motorische verschijnselen. Een bijbehorend kenmerk dat de classificatie NCS met lewylichaampjes ondersteunt is depressiviteit.
Samengevat heeft de heer Rodriguez aanzienlijke cognitieve beperkingen en minstens twee hoofdkenmerken (i.e., kenmerken van parkinsonisme en een wisselende alertheid) en hij ervaart mogelijk hallucinaties, hoewel daarover slechts weinig informatie beschikbaar is. Bij het vaststellen van deze klachten en verschijnselen heeft de neuropsycholoog geprobeerd om meetinstrumenten te selecteren die passend zijn voor een anderstalig persoon, om de sterke en zwakke punten vast te stellen en om het hele symptoompatroon te beschouwen, rekening houdend met de etnische diversiteit en de context van de beoordeling. De patiënt vertoont ook tekenen van een remslaapgedragsstoornis, wat kan duiden op een NCS met lewylichaampjes. De motorische symptomen zijn later begonnen dan de veranderingen in de alertheid, waardoor deze stoornis gedifferentieerd kan worden van een NCS door de ziekte van Parkinson. Hij heeft ook bijkomende kenmerken, waaronder een waan, een sombere stemming en geregeld vallen, die consistent zijn met deze stoornis. Daarom moet de classificatie zijn: uitgebreide NCS met waarschijnlijk lewylichaampjes, zonder gedragsstoornissen.