Werkwijze bij de diagnostiek

Werkwijze bij de diagnostiek

De drie belangrijkste symptomen van een NCS met lewylichaampjes zijn: (1) fluctuaties in het cognitieve vermogen, met uitgesproken variaties in het bewustzijn en de aandacht, (2) visuele hallucinaties, en (3) parkinsonisme dat zich na het begin van de cognitieve disfunctie ontwikkelt. Een veelvoorkomende reden waarom mensen zich melden voor een klinische beoordeling is dat zij op latere leeftijd voor het eerst visuele hallucinaties krijgen, die gepaard kunnen gaan met wanen en emotionele problemen. Op dit punt is het cruciaal om de andere kernsymptomen van de stoornis te beoordelen, omdat een behandeling met sommige neuroleptica bij iemand met een NCS met lewylichaampjes kan leiden tot blijvende problemen en zelfs fataal kan zijn. Deze negatieve reactie op de medicatie wordt beschreven als over­ge­voe­lig­heid voor neuroleptica; de symptomen zijn onder andere een verergering van de be­we­gings­stoor­nis en een verminderd bewustzijn. Een voor­ge­schie­de­nis van over­ge­voe­lig­heid voor neuroleptica komt overeen met een NCS met lewylichaampjes en is daarom een suggestief diagnostisch kenmerk. Fluctuaties in het cognitieve functioneren en de aandacht kunnen worden beoordeeld met verschillende scree­nings­in­stru­men­ten (zie bijvoorbeeld Ferman et al. 2004; Walker et al. 2000), en het is belangrijk om familieleden te laten weten dat de variabiliteit in het functioneren samenhangt met de aandoening en dat er dus geen sprake is van opzettelijk disfunctioneren. Patiënten met een NCS met lewylichaampjes hebben mogelijk ook een rem­slaap­ge­drags­stoor­nis die al decennia voor de NCS begonnen is. Iemand met een rem­slaap­ge­drags­stoor­nis maakt tijdens de slaap niet de normale verlamming van de spieren mee en kan daardoor tijdens de droomtoestand fysiek gewelddadig worden, met mogelijk verwondingen tot gevolg. Dit symptoom is een suggestief kenmerk van een NCS met lewylichaampjes, maar niet alle mensen met een rem­slaap­ge­drags­stoor­nis ontwikkelen deze stoornis.

De toevoegingen ‘waarschijnlijk’ en ‘mogelijk’ weerspiegelen de mate van zekerheid van de diagnose: een NCS met waarschijnlijk lewylichaampjes vereist twee hoofdkenmerken of één hoofd- en één suggestief kenmerk, terwijl een NCS met mogelijk lewylichaampjes één hoofdkenmerk of één of meer suggestieve kernmerken vereist.

De DSM-5-criteria volgen tot slot de bestaande consensus (McKeith et al. 2005); de clinicus dient echter bij deze patiënten de literatuur over deze consensus bij te houden, aangezien er steeds meer bekend wordt over de onderliggende pathologie van de hersenen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.