Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

Voor het differentiëren van een NCS met lewylichaampjes van andere neurocognitieve stoornissen is het nodig om het patroon van de symp­toom­pro­gres­sie te kennen en te weten wanneer de cognitieve en de motorische disfuncties zijn ontstaan. Wanneer er fluctuaties worden gemeld, is een zorgvuldig somatisch onderzoek nodig om een delirium uit te sluiten. Hoewel het patroon van de cognitieve beperkingen bij een NCS door de ziekte van Parkinson en dat bij een NCS met lewylichaampjes vergelijkbaar zijn, ontwikkelen ernstige cognitieve beperkingen zich bij de tweede stoornis een jaar voordat er symptomen ontstaan van een be­we­gings­stoor­nis. Bij een NCS door de ziekte van Parkinson daarentegen ontwikkelt het stadium van een uitgebreide NCS zich pas minstens een jaar nadat de be­we­gings­symp­to­men van de ziekte van Parkinson zijn ge­di­a­gnos­ti­ceerd. De classificatie NCS met lewylichaampjes kan verder worden bevestigd door te beoordelen of de patiënt suggestieve kenmerken heeft, een rem­slaap­ge­drags­stoor­nis of een voor­ge­schie­de­nis van een negatieve reactie op neuroleptica. Het is van belang om de suggestieve kenmerken te beschrijven, zoals veelvuldig vallen en symptomen van autonome disfunctie (bijvoorbeeld urine-incontinentie), en de patiënt voor een klinische behandeling te verwijzen (voor een uitgebreid overzicht, zie Ferman 2013). Zodra een patiënt motorische symptomen en vertraging gaat ontwikkelen, zullen de verlaagde scores op sneltesten van de executieve controle een te negatief beeld geven. Een uitgebreid neu­ro­psy­cho­lo­gisch onderzoek zal dus nuttig zijn om een beperkte NCS met lewylichaampjes van een uitgebreide NCS met lewylichaampjes te differentiëren, en vast te stellen of de func­tie­be­per­king wordt veroorzaakt door iemands cognitieve disfuncties of door zijn motorische disfuncties.

Een andere stoornis die in de differentiële diagnostiek van een NCS met lewylichaampjes moet worden overwogen is NCS door de ziekte van Alzheimer. Deze laatste stoornis is immers de meest voorkomende stoornis op latere leeftijd en beide stoornissen ontwikkelen zich geleidelijk. De cognitieve disfunctie bij de ziekte van Alzheimer betreft meestal het geheugen en de benoeming van voorwerpen, domeinen die relatief onaangetast blijven bij een NCS met lewylichaampjes. Disfuncties in de executieve en visuospatiële vaardigheden zijn daarentegen meer kenmerkend voor een NCS met lewylichaampjes. De drie hoofdkenmerken van een NCS met lewylichaampjes (visuele hallucinaties, motorische symptomen, en fluctuaties in de cognitieve functies en de aandacht) zijn niet kenmerkend voor de vroege vorm van de ziekte van Alzheimer.

Zowel een NCS door de ziekte van Alzheimer als een NCS met lewylichaampjes ontwikkelt zich geleidelijk, in tegenstelling tot vasculaire dementie, waarbij doorgaans sprake is van een stapsgewijs patroon en op een MRI beroertes en hyperintense foci in de witte stof zichtbaar zijn. Schommelingen in de alertheid en de cognitieve functies zijn ook niet in overeenstemming met de ziekte van Alzheimer. Andere stoornissen die tot hallucinaties leiden zijn pedunculaire hallucinaties, een zeldzaam verschijnsel dat te zien is op een MRI, en schizofrenie, dat een veel eerder begin heeft.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.