Samenvatting

Samenvatting

► Wanneer er klinisch significante angstsymptomen aanwezig zijn, moet de clinicus bepalen of de symptomen voldoen aan de criteria voor paniekaanvallen en met welke stoornissen deze paniekaanvallen zouden kunnen samenhangen.

► Als er paniekaanvallen aanwezig zijn en enkele daarvan treden herhaaldelijk en zonder waarschuwing op, dan moet de clinicus beoordelen of er een paniekstoornis is; dit houdt onder andere in dat de patiënt ook ongerust is over komende paniekaanvallen en gedrag vertoont om deze te voorkomen.

► Er moet een zorgvuldige anamnese worden opgenomen die teruggaat tot de eerste angstsymptomen, met als doel de frequentie en het beloop van de symptomen te beoordelen.

► De differentisële diagnostiek van de paniekstoornis houdt een zorgvuldige uitsluiting in van een breed scala van psychiatrische stoornissen (inclusief andere angst­stoor­nis­sen en stoornissen in het gebruik van een middel) en somatische aandoeningen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.